Veel zijn er niet van ingeleverd toen ze gedemonetiseerd en vervangen werden door de Euro-neppers van pisbakkenijzer, de Nederlandse guldencenten. Het gros ervan bleef hangen in laatjes, bakjes, kastjes en natuurlijk ook in verzamelmappen want de Polderlanders zijn nogal van het spaarzame soort, geordend op jaartal met de Willemientjes van ’48 voorop.
Tot 1980 waren ze in omloop, de bronzen Nederlandse guldencenten, ze werden ‘voor later’ opgeborgen, niet dat ze ooit – qua oplage dan – een verzamelwaardige status zouden kunnen bereiken, daarvoor waren ze te massaal geproduceerd. Pak hem beet zo’n drie miljard bronzen muntjes van 1 guldencent zijn er geslagen voordat ze uit de markt geprijsd werden door de euroneppers – nepmunten gemaakt van 95% ijzer en 5% koper maar die wel de zelfde nominale waarde droegen.
Euroneppers van 1, 2, 5 tien en 20 cent, ze kosten qua productie al meer en leggen bij de oud-ijzerboer geen gewicht van betekenis in de schaal. Het daarvoor gebruikte pisbakkenijzer kost amper 45 cent per kilo! Heel wat anders dan de drie miljard bronzen guldencenten die zich tot nu toe als een ware goudschat verborgen gehouden heeft. 500 Guldencenten wegen 1 kilo (hoogwaardig brons dat voor 95% uit koper en 5% uit tin bestaat – ook wel roodkoper genoemd) die je bij de oud-ijzerboer NU al zo’n 8,5 euro opleveren.
Na Goud, en Zilver, lijkt het de beurt te gaan worden voor Brons dat in prijs de komende jaren met stip gaat stijgen, de oude Nederlandse centen worden hun gewicht in goud waard. Drie miljard centen met een gewicht van 2 gram per stuk, dat kun je zonder zakjapanner zelfs berekenen is zes miljoen kilo brons x (nu) 8,5 euro per kilo. Het loont zeker de moeite om eens kritisch te kijken in de ouwe sok van Opoe of het sigarenkistje van Opa, misschien vind je daar nog ’n Kloetje Koperlappen.
