Home » Columns

Categoriearchief: Columns

Quatorze Julliet

De bestorming van de Bastille

Frankrijk was in die jaren een land in beweging, er was storm op komst, politieke storm. De Franse burgers en boeren leden onder de heerszucht van de drie-eenheid, de adel, de kroon en de geestelijkheid die vrijwel de absolute macht over de grond en de bezittingen had.

Het overgrote deel van de bevolking leed armoede en crepeerde terwijl aan de andere kant de machtigen goede zaken en grote winsten wisten te behalen. Zij creëerden schaarste door graan op te kopen om het daarna aan de hoogste bieder weer van de hand te doen. Dat de eigen bevolking door verhongering omkwam werd als onbelangrijke bijzaak beschouwd. Het graauw, het gepeupel, was slechts goed om de machtigen van dienst te zijn en al hun grillen en grollen te bekostigen door wettelijk opgelegde roofbelastingen.

Op 14 juli 1789 werd de beruchte Bastille-gevangenis (in de wijk St. Antoine) in Parijs bestormd. Deze gebeurtenis zou toen en later als de officiële aanleiding voor de Franse Revolutie in de geschiedenisboeken worden opgenomen. Niets was echter minder waar. Aan deze spontane bestorming was weinig spontaans. Dit incident was ruim tevoren bekokstoofd door internationaal opererende belanghebbenden zoals door cellen van de Franse Vrijmetselarij en de Duitse Illuminatie, met de beruchte hertog d’Orleans – grootmeester van de maçonieke loge van het Grootoosten – als hun leider.

De vermogende hertog d’ Orleans overigens een volle neef van koning Lodewijk XVI – trok achter de schermen aan de touwtjes en financierde de oproerkraaiers.

Het was de bedoeling dat hij na de rebellie als beloning op de troon gezet zou worden. Met steun van de andere kapitaalkrachtige medespelers werd de opstand door een klein groepje toentertijd bekende mannen vakkundig voorbereid. Eén van de onruststokers was de uiterst gewiekste agitator en politiek-strategisch bekwame Charles-Maurice de Talleyrand-Périgord, bisschop van Autun. De hele bestorming van de Bastille was een schijnvertoning – een Twin-Tower operatie – en er kwamen zelfs Pruisische huurlingen aan te pas om bij de opstand te figureren en zo het geheel een wat realistischer gezicht te geven.

Marquis de Sade

Al met al was het een enorm spektakel, en dat alles om in totaal 7 straatrovers, geestelijk gestoorden en een enkele politieke gevangene te bevrijden die in de Bastille gevangen werden gehouden. Volgens overlevering zou één van de gevangenen Marquis de Sade zijn geweest. Behalve van opruiende revolutionaire publicaties was hij ook de auteur van haarscherpe analyses waarin hij de seksuele perversie van de heersende elites aan de kaak stelde. Hun a-morele gedrag, hun drang naar bestiale pies-, poep-, en moordsex, de Sade wrong het met zijn pen op papier, en zijn schrijfsels werden ook wel Sadistisch genoemd.

Het verhaal is sindsdien blijven hangen dat hij het geweest moet zijn die een paar dagen voor de 14e juli 1789 vanuit de Bastille geschreeuwd zou hebben dat de gevangenen vermoord werden en dát zou dan weer de officiële aanleiding voor de Parijse bevolking geweest zijn om spontaan de gevangenis te bestormen en de gekwelde gevangenen te bevrijden. Voor de hertog d’Orleans was uiteindelijk alle moeite vergeefs. De revolutie was dan wél van de grond gekomen maar in plaats van een kroon op zijn kruin kreeg hij een valbijl op zijn nek. Toen zijn tijd op aarde voorbij was, was zijn vermogen van 114 miljoen pond volledig opgegaan aan allerlei revolutionaire activiteiten. Daarnaast liet hij nog eens een schuld na van 75 miljoen pond – wereldwijd – aan meer dan 1500 schuldeisers.

Bron: Wat geschiedt & is – Fre Morel

Windhandel….

… in de uitgestrekte akkers rondom verrijzen ze, de hoog aanbeden molens, lucht-tot-energie, milieu-onbelast, goed & groen, fijn voor onze kinderen, breed in het nieuws, twee jaar geleden gekiekt van hier naar Veendam.

Honderden, zo niet duizenden ben ik dit jaar (2022) gepasseerd, van hier kriskras naar ’t zuiden, naar Salut-sur-Mer – daarvoor en verder – ’t viel me op dat veel en vaak ruim 80% haar vleugels stil lieten hangen, het geld was al binnen bij de windhandelaren en wie wind zaait.. oogst niets…

Elders, in uitgestrekte akkers, verdwijnen ze, onnut & niet herbruikbaar, verguisde vleugels, onder lagen grond begraven, erf-belast, dirty-business, fijn voor onze kinderen, niet in het nieuws. Geen stik-stof maar gif-stof, de bodem gedood, het land onteigend, af-hankelijkheid be-ogend en na-strevend… justdiggitbaby 😞

42°53’07.5″N 106°17’38.6″W

(Ca-)Dansen …

De hypnotische cirkeldans zoals de Sufi-Islamitische Zikr Zikrullahi vind zijn oorsprong niet in de Islam maar heeft veel oudere voor-(ouder/pre-religieuze) wortels. De oorspronkelijke bewoners van Europa en wat nu Amerika genoemd wordt waren bekend met rei/ring/kring/cirkel-dansen. Ronddraaiend, in monotonie, meer-ring-ig rond-om de kern/paal trance/dans(en). https://www.youtube.com/watch?v=AxSWVkPfVc8

De Bundeltanz, rondom de meiboom is nog een overblijfsel ervan, veel oude streek-historische dansen zijn hieraan verbonden.

Jaar wenteling

Eeuwen voorafgaand aan de religieuze geboorte waren het de ‘drie’ hemelse lichamen – de Zon, Maan en Ster(ren) – waaraan de mens zijn bestaan, hoop, vertrouwen en weten verbond. Als onbetwistbare bakens in het menselijk bestaan bakenen ze het eeuwige onvoorwaardelijke en levensnoodzakelijke. Elke religie, waar en wanneer ook ter wereld ontwikkelt en geboren, is hieraan schatplichtig, jodendom, christendom, islam, de maan is hun gids, hun leids-ma(a)n.

De paus, de kerstman, sinterklaas, allah, god of brama… al eeuwen bepalend. Het eeuwenoude weten is geadopteerd, geannexeerd en leeft zwaar uitgehold en vervuild voort in hun godsdienst, met als meest onversneden vorm het Hindoeïsme. (Hindoes zelf noemen hun geloof sanatana dharma, wat ‘eeuwige leer’ betekent. De naam hindoeïsme is in de negentiende eeuw bedacht door westerlingen).

Met de laatste nieuwe maan van de manen cyclus vangt met de Winterzonnewende al sinds mensenheugenis een nieuw ja(h)r/Yol(veer-boot)/Joel/wiel/jaar aan. Na de kortste dag en de langste nacht worden de dagen weer langer en de nachten korter… dan daagt het in het oosten, een nieuwe Zo(o)n wordt her/geboren.

Het is de dan tijd van het nieuwe leven, het moment van hergeboorte en conceptie, al eeuwen lang het belangrijkste levensmoment dat gevierd wordt met zang, dans, eten, drinken, vuur, voortplanting en plezier. Het jaar-wiel wentelt, draait door in voor-spoed-(ig) jaar.

De omwenteling vindt in huidige tijdrekening plaats met de 1e dag van de nieuwe maan en na 3-dagen bij het kimmen is het moment daar: gemiddeld rond 21 december, het wiel van het jaar bereikt zijn keerpunt, de langste nacht, Yule (Joel/wiel)!

Bijgaand de af-beelding van de (yule) Cirkeldans in de bronstijd

De Hadj – Het Islamitische Maanfeest

De viering van de islamitische feestdag, de Hadj, zegt het overgrote deel van de West-Europeanen nagenoeg niets, het maakt geen deel uit van de eigen cultuur of erfgoed. De autochtone bewoners van het Europese werelddeel hebben zo hun eigen specifieke culturele ontwikkeling, eentje die haaks lijkt te staan op het door gastarbeiders en arbeidsmigranten uit het verre oosten meegenomen ideologie.

Alsook in andere West-Europese landen zijn de oorspronkelijke Nederlanders bekend met andersoortige religieuze besturingssystemen zoals vervat in het Katholicisme. De Kerst- en Sint Nicolaas viering evenals Goede Vrijdag, Pasen, Hemelvaart en Pinksteren zijn bij miljoenen bekend, erkend en gevierd. Feestdagen die hun oorsprong vinden in tijden ver voor de geboorte van welke wereldreligie dan ook en die gebaseerd zijn op standen van zon, maan en sterren. Pre-religieuze maanfeesten die wereldwijd en al eeuwenlang aan de basis liggen aan welke wereldbeschaving dan ook.

De maancyclus is allesbepalend en samen met de stand van zon en sterren(beelden) kan nauwkeurig en precies het leven op onze aardbol en-al-wat daar op leeft worden voor-(ge)zien, voor-speld worden, de seizoenen, het zaaien en oogsten, leven en dood, de voortplanting, het begin en eind. Alle voorgaande en huidig bekende wereldreligies zijn volledig schatplichtig aan eeuwen voorafgaand al gevierde en bestaande wielfeesten, zoals bijvoorbeeld het door de katholieke religie geïncorporeerde maanfeest dat wij (nog steeds) kennen en vieren als het feest van de heilige Sint Nicolaas.

In loop der eeuwen hebben nagenoeg alle rituelen en gebruiken een veilig onderkomen gevonden in deze warme en omarmende religieuze moederschoot. In de kern gaat het over primaire kennis betreffende licht en donker, warmte en koude en is het in wezen niets anders dan de eeuwig repeterende cyclus van dood en leven.

Levensbelangrijke wetenschap, verpakt in eenvoudig overdraagbare en te bevatten formules en handelingen over opkomst, ondergang en voortplanting. De seizoenen, de maanstondes, de standen van zon, maan en sterren ten opzichte van de aarde en van elkaar en de duiding ervan, letterlijk alles is hierin opgenomen. De onaantastbare positie van man en vrouw, de voortplanting en bescherming van het ongeboren leven om maar enkele hieruit te lichten.

Ook de islam is gestoeld op eeuwenoude en voorgaande kennis van zon, maan en sterren waarbij de stand van de maan een allesbepalende rol inneemt. Zo ook de Hadj, niets anders dan een van de wielfeesten, maar nu van een eigen Midden-Oosters politiek & religieus gewenst sausje voorzien. Miljoenen aanhangers van de islamitische geloofsleer hopen tenminste een keer in hun leven naar het Midden Oosten af te kunnen reizen om daar in de stad Mekka hun ding te doen, hun ronde’s te lopen rondom de Ka’aba en zich zo dichter bij hun profeet te voelen.

De exacte bepaling van het moment waarop de sikkel van de nieuwe maan wordt waargenomen is het precieze moment van de Hadj. Alleen de mannelijke gelovigen mogen, in passende kledij gehuld, zeven maal en tegendraads rond het zwarte bouwsel hun ronde doen. Het getal refereert onder andere aan de zeven zichtbare maanstanden en het vierkante bouwsel (de Ka’aba, wat overigens kubus, vier-kant, betekent) dat getalsmatig, symbolisch en meervoudige symbolische waarde bevat.

De Ka’aba neemt zelf de plaats van het begin en eind van elke cyclus, de nieuwe en onzichtbare maan. In pre-islamitische tijden waren het geen mannen maar juist vrouwen, zeven priesteressen – zeven, als teken van de zeven planeten die om de zon heen draaien – die naakt om het zwarte bouwsel en de zwarte steen hun vruchtbaarheidsdans uitvoerden. In de oostelijke hoek van de kubus is het meest aanbeden onderdeel van de Ka’aba gevat in zilveren ovalen setting, een heilige zwarte meteorietsteen, een ‘maansteen’ die ooit in zeven stukken verbroken is en ooit helderder dan wit heeft geschenen. Door de zonden der islamitische zondaars zou de glans verloren geraakt zijn en de steen verduisterd.

Zij die de islamitische geloofsleer niet aanhangen zien hierin terug dat de zon, het nieuwe leven c.q. de zoon in het oosten weer uit de moederschoot/vulva ter wereld komt. De toegeschreven kleurverschuiving van zwart naar wit, van dood en leven overeenkomstig aan de achterliggende symboliek van het maanfeest van Sint-Nicolaas.

Het stenigen van de duivel, door het werpen van 3 x 7 stenen naar 3 pilaren, kan gelijk gesteld worden aan de ontkenning van de goddelijke drie-een-heid, het pre-religieuze weten dat alleen man en vrouw in harmonie zich kunnen voortplanten. Het door islamitische pelgrims zeven maal heen en weer lopen naar de heilige Zamzam bron, de nooit opdrogende, leven brengende waterbron. Wie zich verdiept vind de eeuwenoude pre-religieuze maansymboliek terug die aan de basis ligt van de islam en de Hadj.

完全な破壊

Hiroshima 06-08-1945 – 08.15 uur

Door decodering van Japanse diplomatieke telegrammen was aan de Amerikaanse regering bekend dat in Japanse regeringskringen in juli 1945 de neiging bestond om te capituleren. Toch was de USA vast besloten de atoombom te lanceren, waarbij zich de overweging deed gelden dat deze machtsdemonstratie de weerbarstige USSR inschikkelijker zou maken.

Ze klommen naar 31.000 voet, de hoogte waarop men zou bombarderen. De hemel was helder. Het was een prachtige ochtend. De stad lag in de zon. De piloten zagen het groene gras in de tuinen. De bom explodeerde op 100 voet van het gekozen doel. De vuurbol had een doormeter van 18.000 voet. De temperatuur in het midden van de vuurbal beliep 100.000.000 graden.

De mensen in de nabijheid van het centrum gingen op in het niets. De hele stad vloog aan splinters en de ruines stonden overal in vuur en vlam, het brandde verschrikkelijk. In enkele uren vonden 100.000-den mensen de dood. Zij die niet dadelijk stierven, doorstonden vreselijke pijnen. Slechts weinigen onder hen waren soldaten. Schattingen gaan uit van meer dan een miljoen omgekomen mensen bij de vernietigingsbombardementen van Hiroshima en Nagasaki”

完全な破壊

Laurent Les Amis

Laurent ‘Milky’ Lelay

“Café, Bertrand?” vraagt hij me bij binnenkomst en bijna zonder m’n antwoord af te wachten schenkt hij een ferme kop met koffie, afgetopt met een melktoefje voor me in. “One coffee for you, my friend” zegt hij met een zwaar Frans accent en plaatst het op ’t tafeltje voor me. “Hij” is Laurent, de 52-jarige ober van “Les Bar des Ami(e)s” in Salùt du Mer, Milky voor ingewijden. 

Milky is een prettige vent in de omgang, amicaal ook en spreekt een aardig mondje over de Franse grens, wat voor non-Fransinezen wel zo comfortabel is. Energiek en bewegelijk is hij en staat een beetje in contrast met ‘Les-Amis’, een oude, puur Franse kroeg, die zo uit het begin twintiger jaren lijkt te komen, oud houten interieur en geregeld oude chansons uit de luidsprekers van de geluidsisolatie. 

Of ik morgen tijd en zin heb om samen met hem en de uitbater van ‘Le Gurp’ weer aan de oesters te gaan. Het is een prima voorstel dat ik graag aanneem en ik geniet al bij het vooruitzicht. Voor veel Oldambtsters misschien een gruwel, maar ik geniet er echt van om samen met vrienden en welgezinden, staand rondom de vistafel al keuvelend en witte wijn drinkend een portie verse oesters uit hun schelp te slurpen, wat citroen erover… mmmh!

Met een ‘au-revoir’ neem ik na de koffie afscheid en schuif aan in de kleine rij bij de specialiteiten chocolatier en banketbakker Volat om een van zijn chocolade-puffs te halen, weg te geven als cadeau aan Melissa, die net die dag haar nieuwe zaak zal openen. Meer dan 6 weken heeft ze samen met vrienden en vriendinnen lopen klussen om van het oude gebouwtje achter de centrale markthal een knus koffie- en wijntentje te maken. Ze is blij verrast als ik de ‘Puffet’ in doos met lint aan haar geef. “Lief” zegt ze, en vliegt me spontaan om de hals. Ik neem plaats aan een van de sfeervolle zitplaatsjes en geniet van het aangeboden kopje koffie en bijgaande glaasje water, de Fransen zijn daar over het algemeen heel stipt in. Langzaamaan loopt het terras vol en is ze druk doende al haar gasten te voorzien van drank & spijs en met geheven hand zwaai ik af.

Ik loop door kleine straatjes omhoog naar voren, naar het strand, en ga op één van de bankjes zitten die er staan. Het is rustig-druk, de grote haussé van Fransen moet nog komen, nog even dan braken de beide veerboten van Pont de Brave om de 50 minuten honderden Franse vehicles uit die in langzaam oplossende files de landtong infiltreren. Nog even, dan is het voorbij met de relatieve rust in de Medoc, dan worden de rustige landweggetjes gemasseerd door een steeds groter aantal rollende rubberbanden. 

Dit overpeinzend zie ik hoe twee jonge mademoiselles van een jaar of 8-10 van bovenaf het strand naar beneden, naar de zee rollen, iets verderop zie ik een ranke blonde tiener dollen in het zand, koprolletjes uitvoeren en radslagen maken. Het is heerlijk zonnig, 30 graden plus.. ik trek m’n Primark shirt omhoog, korte broek met waterschade naar benee, trap m’n slippers uit en leg mezelf met Ziki-boxem van de Action in het warme zand.. heerlijk.. lekker NIX, ogen dicht en genieten maar.

Slava ‘Robin Hood’ Bandera

Met een vriendelijk uitgesproken “Bonjour” heet de jonge brunette me welkom als ik de karakteristieke boekenzaak binnenstap. ‘Librairie de Corinne’, al ver voor ik daar 34 jaar geleden binnenstapte zit het kleine antiquariaat annex kaartenwinkel op een hoek van Rue la Trouvé.

De geur & odeur van alle antiquariaten is werkelijk overal herkenbaar en gelijk, schrijfsels uit oude tijden houden in de band gebonden hun eigen ietwat muffe geur van oud papier en leren boekbanden. Ik snuffel graag in de kasten waar anderstalige werken staan, bij voorkeur Duits- of Engelstalig, voor veel Fransinezen onleesbaar residu.

Ik tref het.. in een apart staand, houten kistje staat een kleine collectie uiterst interessant leeswerk, afkomstig uit de collectie van een belezen vorige eigenaar. De titels spreken boekdelen en ook de in potlood aangebrachte marge-schriften tonen de kennis en kunde van degene die ze geplaatst heeft. Werken van de hand van Michael Jeismann, Hermann Hagspiel, Karl Ferdinand Werner, Reiner Pommerin en meer..

Leerrijke werken zoals ‘Das Vaterland der Feinde’, ‘Quellen zu den Deutsch-Amerikanischen Beziehungen 1917-1963’ en ‘Quellen zu den Deutsch-Französischen Beziehungen 1815-1919’.. maar ook de 4-duimendikke roman van de Joods/Franse auteur Jonathan Littell: ‘Die Wohlgesinnten’, een in 2008 in het Duits uitgebrachte kloekeboek dat in 2006 in Frankrijk verscheen onder de titel ‘Les Bienveillantes’. De beide ‘Quellen’ heb ik met liefde toegevoegd aan de eigen collectie, het werk van Littell heb ik na ampele overweging toch laten staan.

Niet omdat DAT geen interessant werk is, integendeel, maar romans – hoe goed geschreven ook – ‘vervuilen’ zogezegd m’n eigen collectie non-fictie naslagwerken.

‘Die Wohlgesinnten/Les Bienveillantes’ is een degelijk doorwrocht en historisch verhaal dat handelt over de moordlust en misdadige praktijken in Oekraïne tijdens de Tweede Wereld Oorlog, de gruweldaden begaan aan Joden, en in mindere mate aan communisten en Russen.

Sadistische wreedheden, begaan door Oekraïense nationalisten van het OUN, het met het nazisme heulende pak van smeerlappen van de NU óók weer zo in opspraak geraakte fascistenleider Stephan Bandera. Hoe door deze onmenselijke beulen de Joden getreiterd, bestolen, verkracht, gemarteld en vermoord werden, in koelen bloede uit ramen gedonderd werden en zwaar verminkt tenslotte voor dood werden achtergelaten. Smeerlappen die zich met blauw-gele bandera’s om de arm te buiten gingen aan onbeschrijfelijk geweld.

Zo’n boek als dit zou NU verboden moeten worden, past nu niet meer in de massaal over ons mensen heen gestorte politiek correcte waarheid. De werkelijkheid van nu is die van de Oekraïense ambassadeur in Duitsland die in een eerder deze week gehouden TV-interview de nieuwe waarheid verkondigde en Bandera vergeleek met een vrijheidsstrijder a-lá Robin Hood!! Slava Bandera.

Ik pak m’n beide nieuw verworven werken van Reinier Pommerin onder de arm en met een welgemeend “au Revoir” verlaat ik de brunette en ‘Librairie de Corinne’. Wie weet tot ooit.. donkere tijden lijken ons deze zonnige zomer tegemoet te komen, de aanhangers van ‘Robin-Hood-Bandera’ zijn uit het woud gekomen naar’t schijnt..

Die Kappen kommen…

Nét voor de afslag Salùt du Mer – Sud zwaait een in blauw verpakt tenue en officieel bemust Frans agent me van de rijbaan naar de tussenstrook. Braafjes volg ik z’n aanwijzing en zet m’n Zwoele Franse Troela stil op het wit gearceerde wegdek. Met m’n arm over de rand van het geopende portierraam wacht ik op de dingen die komen gaan.

De Franse gendarme gebaart me de motor uit te doen en ik draai de sleutel naar links. “Parle-vous Français”? vraagt hij, waarop ik vraag of hij Plat Grunnegs proat… als ‘de vele honderdduizenden medelanders thuis’ doe ik vooral m’n best om gast te zijn en te blijven en houd ik m’n repertoire zo beperkt mogelijk.. als het even kan bij brood, wijn en kaas, pain, vin et fromage..

Of ik dan Duits spreek.. Ja, dat lijkt me wel een leuke uitdaging om samen met hem op z’n teutoons aan de babbel te gaan. “Aha” reageert hij enthousiast en wenkt daarop direct naar een klein clubje collega veldwachters en roept daarbij iets over “Allemange”! Kort daarop verschijnt een zwart geüniformeerde Duitse blondine voor m’n raamportier.. het is een “austausch polizistin”, oftewel een Duitse mademoiselle in Duitse overheidsdienst die tijdelijk gedurende de zomerperiode over de grens gestationeerd is.

Haar Frans is redelijk, maar op haar Duits is niets aan te merken. We hebben een kort en gemütlich gespräch, ze werkt mee aan de verkeerscontrole, ze is net deze dag voor het eerst met haar donkerharige Franse vakbroeders op pad en ik ben de eerste anderlander van de dag. Ze controleert m’n papieren en complimenteert me met m’n Duits. Ze heeft het nu al naar haar zin op deze vakantiebaan. Ze is voor het eerst in Aquitanië en voor de tweede keer in Frankrijk en we keutelen nog even kort door in de bocht naar Salùt du Mer. 

Het zijn vooral en met name haar Volksgenossen die nu massaal over de greppel naar het Zuidwesten van Europa trekken dat zij een handje toesteekt in het zonnige Salùt du Mer. Ik had ze ook al opgemerkt, niet zozeer vanwege hun luidruchtige aanwezigheid maar door de opvallende en explosieve toename van mondkappen in en rond Salùt.. werkelijk overal nemen deze gehoorzame en brave ‘Volksdeutschen’ hun kappen mee naartoe..

Vooral de al wat oudere en gezagstrouwe lichting.. de jongeren vallen op door zich uitdrukkelijk te onderscheiden door net als 95% van de lokale Fransinezen bloots-kops te verschijnen. Wat vooral opvalt zijn de Duutse moekes, die geven de toon aan.. en lijken in de meeste gevallen ook DE broek aan te hebben en sturen mann und einkaufswagen gericht door de Franse Aldi, Lidl en Carrefour door de gangpaden en hebben de knip in de broek.

De Duitse blondine in zwarte dienstkledij en ik kijken elkaar nog even kort aan, wensen elkaar een goede voortzetting van de dag.. zij vol in tenue en wapenholster, ik in korte Hose met zeewaterschade en verder gehuld in kort-gemouwd bruin Primark shirt. Auf wiedersehen, bon voyage en moak der wat schiers van.. als ik wegrijd zie ik een kleine kolonne Tentoonse vehicles in m’n achteruitkijkspiegel naderbij komen, voor mij doemt de spoorwegovergang al op met het in het groen verscholen klein kasteeltje waarvan het rode golfpannetjes bedekte dakje boven het groene loof uitsteekt. In z’n twee zoeft Troela met mij mee naar de zee, achter me zie ik in de rugspiegel die Kappen kommen.

Dappere Stappers..

Voldaan en met een tevreden gevoel kijken ze beiden op hun werk terug, Koos & Engel, mede door hen kan de Winschoter Avondvierdaagse opnieuw als zeer geslaagd in de Oldambtster geschiedenisboeken worden bijgeschreven.

Koos Simens en Engel Koerts, ooit waren het zulke opgeschoten Oost-Groninger knuppels als ikzelf. Met name Engel was net zo’n bengel en met dit schoolkameraadje heb ik het nodige spannends uitgespookt maar ook samen ons best doen in de klas bij meester Piet ‘Lorre’ Kuiper en na schooltijd voor wat extra zakgeld samen langs deuren leuren, oud papier ophalen met een bakfiets van ‘Kokkie’. Brave kindjes waren we (natuurlijk), zetten altijd onze beste beentjes voor en ik zie ons nog als puberklas driftig oefenen onder wandel-commando van Piet Lorre. Zingend marcheren in rijen van zeven, vier rijen naast elkaar en dat in de maat van “My Sarie Marais is so ver van my hart”, meerstemmig, dat ook. Zuiver en in de maat zingen en marcheren, zo moest het, we wilden natuurlijk wel goed voor de dag komen tijdens de Avondvierdaagse.

We waren als school natuurlijk wel de beste vonden we maar niet uniek. In ’t voorjaar liepen meer scholen voorafgaand aan de vierdaagse door de Winschoter binnenstad en buitenburen zingend te marcheren. Zo ook Koos (toen nog ‘je’) die samen met de wandelexperts van Speeltuin Vereniging Bovenburen strak geüniformeerd de pas erin zette, de paden op & Winschoter lanen in. Kwamen we elkaar als groep tegen dan zetten we, als puistenkopjes de pas erin en gas erop, inhalen die hap, einz, zwei, drei… Het was elk jaar een hele happening waaraan nagenoeg alle Oldambtster scholen en (sport)verenigingen meededen, duizenden wandelaars kris-kras – en dat een week lang – in de vroege avond door de Rozenstad en het buitengebied. Het afsluitende defilé op vrijdag door de binnenstad met muziekkorpsen voorop, voorbij het stadhuis, bepakt en bezakt met bloemen en zakken snoepgoed van Mecca om de nekjes en dat langs duizenden ouders, buren, vrienden en familie trots langs de kant staand – echt een hele organisatie om dat elk jaar allemaal rond te krijgen.

Als kind en buitenstaander krijg je niets mee van de noodzakelijke voorbereidingen, het loopt gewoon elk jaar gesmeerd als boter. Het team mensen dat al maanden voorafgaand daaraan werkt, die route’s uitzetten, de beveiliging organiseren, de afspraken met de korpsen maken, de vergunningen regelen en honderdduizend dingen meer, is in verhouding klein, dit jaar is dat een ploegje van acht mensen. Koos en Engel zijn twee van deze kanjers die onder bezielende leiding van Trijnie Hartman de 74e editie van de Avondvierdaagse tot in de puntjes georganiseerd hebben. Met in totaal 20 enthousiastelingen die o.a. bij de dranghekken staan, het verkeer regelen en meer, is ook deze editie weer een daverend succes geworden, een succes dat ze volgend jaar, als de 75e editie op het programma staat, graag willen herhalen. Maar.. er moet wel nodig vers bloed in gepompt worden. Er is plek en plaats voor betrokken mensen, mensen die het organisatieteam willen versterken maar ook meer vrijwilligers voor de vele hand-en-spandiensten. Dus.. bij deze een oproep aan iedereen die dit leest en die het evenement een warm hart toedraagt, meld je aan en zorg samen met Koos en Engel dat ze ook volgend jaar weer vrolijk door de straten kunnen marcheren, de duizenden ….

Dappere Stappers.

White Privilege – 1914

(Een moeder met drie kinderen voor hun plaggenhut bij Onstweddertange – Foto: Tonnis Post, collectie Groninger Archieven

Afschaffing van de slavernij

Het is een relatief onbekend gegeven dat met name de Nederlandstalige Zuid-Afrikaanse Blanke Boeren voorop liepen in de afschaffing van de slavernij. Samen met de nieuwe regeerders in de Bataafse periode van 1803-1806 werden concrete stappen genomen om zowel de slavenhandel als ook de slavernij af te schaffen!

Direct met de komst van Mr. Jacob Abraham Uytenhage de Mist als Nederlandse Commissaris en Jan Willem Janssens als nieuwe gouverneur-generaal werd in 1803 het verbod op het invoeren van slaven ingesteld. Daarnaast zou de slavernij geleidelijk aan worden afgeschaft door elke nieuw geboren slavenkind de wettelijke status van vrije burger toe te kennen. Gelijkheid van rechten en plichten.

Deze revolutionaire koers was niet helemaal naar de wens van de heersende elites en met de vernieuwde Engelse machtsovername in 1806 werd snel een streep gehaald door deze allereerste Republikeins-Nederlandse poging de slavernij af te schaffen. Rond 1800 waren de stemmen om de slavenhandel te staken steeds luider te horen en verrassend genoeg was het vooral Engeland dat zich hiervoor inzette.

Het was voor hen zelfs een belangrijk agendapunt en onderdeel van hun eisenpakket in de besprekingen die leidden tot het verdrag van Wenen in 1815. Dat juist Engeland – de slavenhandelaar bij uitstek – zich opwierp als pleitbezorger was niet zo verwonderlijk en had dat een iets andere reden dan edelmoedigheid. Concurrentie en niet medemenselijkheid was het argument dat daarbij speelde.

Engeland had in bloedige campagnes en oorlogen rond 1800 de macht over Noord-Afrika naar zich toe weten te trekken, het traditionele ‘wingebied’ voor slaven. Engeland wilde de absolute economische macht van haar Imperium beschermen door andere (opkomende) concurrerende naties het recht op invoeren van werkkrachten onmogelijk maken en zeker niet het wegroven van werkkrachten uit haar Noord-Afrikaanse gebied toestaan.

Zelf had ze in vele jaren van mensenhandel grote volksplantingen weten te realiseren die in voldoende mate voor nakomelingen zorgden zodat nieuwe aanvoer niet noodzakelijk was.

Om op een andere manier in de behoefte van nieuwe werkkrachten te voorzien werden ‘contractarbeiders’ aangeworven, mensen die zelf hun overtocht betaalden en per saldo tegen lagere kosten het werk mochten verrichten. Een praktijk die de Engelse elite op het ‘Suikereiland’ Trinidad al had gebruikt.

Nadat het economisch niet meer rendabel was om van de relatief dure slaven (aanschaf, transport, verzorging, onderdak, etc.) gebruik te maken werd daar de slavernij afgeschaft en werden zo’n 150.000 Indiase contractarbeiders naar het eiland gebracht. Deze koelies verrichten tegen lagere beloning zelfs de smerigste karweitjes wat zorgde voor enorme spanningen.