Home » Columns (Pagina 2)

Categoriearchief: Columns

De Hadj – Het Islamitische Maanfeest

De viering van de islamitische feestdag, de Hadj, zegt het overgrote deel van de West-Europeanen nagenoeg niets, het maakt geen deel uit van de eigen cultuur of erfgoed. De autochtone bewoners van het Europese werelddeel hebben zo hun eigen specifieke culturele ontwikkeling, eentje die haaks lijkt te staan op het door gastarbeiders en arbeidsmigranten uit het verre oosten meegenomen ideologie.

Alsook in andere West-Europese landen zijn de oorspronkelijke Nederlanders bekend met andersoortige religieuze besturingssystemen zoals vervat in het Katholicisme. De Kerst- en Sint Nicolaas viering evenals Goede Vrijdag, Pasen, Hemelvaart en Pinksteren zijn bij miljoenen bekend, erkend en gevierd. Feestdagen die hun oorsprong vinden in tijden ver voor de geboorte van welke wereldreligie dan ook en die gebaseerd zijn op standen van zon, maan en sterren. Pre-religieuze maanfeesten die wereldwijd en al eeuwenlang aan de basis liggen aan welke wereldbeschaving dan ook.

De maancyclus is allesbepalend en samen met de stand van zon en sterren(beelden) kan nauwkeurig en precies het leven op onze aardbol en-al-wat daar op leeft worden voor-(ge)zien, voor-speld worden, de seizoenen, het zaaien en oogsten, leven en dood, de voortplanting, het begin en eind. Alle voorgaande en huidig bekende wereldreligies zijn volledig schatplichtig aan eeuwen voorafgaand al gevierde en bestaande wielfeesten, zoals bijvoorbeeld het door de katholieke religie geïncorporeerde maanfeest dat wij (nog steeds) kennen en vieren als het feest van de heilige Sint Nicolaas.

In loop der eeuwen hebben nagenoeg alle rituelen en gebruiken een veilig onderkomen gevonden in deze warme en omarmende religieuze moederschoot. In de kern gaat het over primaire kennis betreffende licht en donker, warmte en koude en is het in wezen niets anders dan de eeuwig repeterende cyclus van dood en leven.

Levensbelangrijke wetenschap, verpakt in eenvoudig overdraagbare en te bevatten formules en handelingen over opkomst, ondergang en voortplanting. De seizoenen, de maanstondes, de standen van zon, maan en sterren ten opzichte van de aarde en van elkaar en de duiding ervan, letterlijk alles is hierin opgenomen. De onaantastbare positie van man en vrouw, de voortplanting en bescherming van het ongeboren leven om maar enkele hieruit te lichten.

Ook de islam is gestoeld op eeuwenoude en voorgaande kennis van zon, maan en sterren waarbij de stand van de maan een allesbepalende rol inneemt. Zo ook de Hadj, niets anders dan een van de wielfeesten, maar nu van een eigen Midden-Oosters politiek & religieus gewenst sausje voorzien. Miljoenen aanhangers van de islamitische geloofsleer hopen tenminste een keer in hun leven naar het Midden Oosten af te kunnen reizen om daar in de stad Mekka hun ding te doen, hun ronde’s te lopen rondom de Ka’aba en zich zo dichter bij hun profeet te voelen.

De exacte bepaling van het moment waarop de sikkel van de nieuwe maan wordt waargenomen is het precieze moment van de Hadj. Alleen de mannelijke gelovigen mogen, in passende kledij gehuld, zeven maal en tegendraads rond het zwarte bouwsel hun ronde doen. Het getal refereert onder andere aan de zeven zichtbare maanstanden en het vierkante bouwsel (de Ka’aba, wat overigens kubus, vier-kant, betekent) dat getalsmatig, symbolisch en meervoudige symbolische waarde bevat.

De Ka’aba neemt zelf de plaats van het begin en eind van elke cyclus, de nieuwe en onzichtbare maan. In pre-islamitische tijden waren het geen mannen maar juist vrouwen, zeven priesteressen – zeven, als teken van de zeven planeten die om de zon heen draaien – die naakt om het zwarte bouwsel en de zwarte steen hun vruchtbaarheidsdans uitvoerden. In de oostelijke hoek van de kubus is het meest aanbeden onderdeel van de Ka’aba gevat in zilveren ovalen setting, een heilige zwarte meteorietsteen, een ‘maansteen’ die ooit in zeven stukken verbroken is en ooit helderder dan wit heeft geschenen. Door de zonden der islamitische zondaars zou de glans verloren geraakt zijn en de steen verduisterd.

Zij die de islamitische geloofsleer niet aanhangen zien hierin terug dat de zon, het nieuwe leven c.q. de zoon in het oosten weer uit de moederschoot/vulva ter wereld komt. De toegeschreven kleurverschuiving van zwart naar wit, van dood en leven overeenkomstig aan de achterliggende symboliek van het maanfeest van Sint-Nicolaas.

Het stenigen van de duivel, door het werpen van 3 x 7 stenen naar 3 pilaren, kan gelijk gesteld worden aan de ontkenning van de goddelijke drie-een-heid, het pre-religieuze weten dat alleen man en vrouw in harmonie zich kunnen voortplanten. Het door islamitische pelgrims zeven maal heen en weer lopen naar de heilige Zamzam bron, de nooit opdrogende, leven brengende waterbron. Wie zich verdiept vind de eeuwenoude pre-religieuze maansymboliek terug die aan de basis ligt van de islam en de Hadj.

完全な破壊

Hiroshima 06-08-1945 – 08.15 uur

Door decodering van Japanse diplomatieke telegrammen was aan de Amerikaanse regering bekend dat in Japanse regeringskringen in juli 1945 de neiging bestond om te capituleren. Toch was de USA vast besloten de atoombom te lanceren, waarbij zich de overweging deed gelden dat deze machtsdemonstratie de weerbarstige USSR inschikkelijker zou maken.

Ze klommen naar 31.000 voet, de hoogte waarop men zou bombarderen. De hemel was helder. Het was een prachtige ochtend. De stad lag in de zon. De piloten zagen het groene gras in de tuinen. De bom explodeerde op 100 voet van het gekozen doel. De vuurbol had een doormeter van 18.000 voet. De temperatuur in het midden van de vuurbal beliep 100.000.000 graden.

De mensen in de nabijheid van het centrum gingen op in het niets. De hele stad vloog aan splinters en de ruines stonden overal in vuur en vlam, het brandde verschrikkelijk. In enkele uren vonden 100.000-den mensen de dood. Zij die niet dadelijk stierven, doorstonden vreselijke pijnen. Slechts weinigen onder hen waren soldaten. Schattingen gaan uit van meer dan een miljoen omgekomen mensen bij de vernietigingsbombardementen van Hiroshima en Nagasaki”

完全な破壊

Laurent Les Amis

Laurent ‘Milky’ Lelay

“Café, Bertrand?” vraagt hij me bij binnenkomst en bijna zonder m’n antwoord af te wachten schenkt hij een ferme kop met koffie, afgetopt met een melktoefje voor me in. “One coffee for you, my friend” zegt hij met een zwaar Frans accent en plaatst het op ’t tafeltje voor me. “Hij” is Laurent, de 52-jarige ober van “Les Bar des Ami(e)s” in Salùt du Mer, Milky voor ingewijden. 

Milky is een prettige vent in de omgang, amicaal ook en spreekt een aardig mondje over de Franse grens, wat voor non-Fransinezen wel zo comfortabel is. Energiek en bewegelijk is hij en staat een beetje in contrast met ‘Les-Amis’, een oude, puur Franse kroeg, die zo uit het begin twintiger jaren lijkt te komen, oud houten interieur en geregeld oude chansons uit de luidsprekers van de geluidsisolatie. 

Of ik morgen tijd en zin heb om samen met hem en de uitbater van ‘Le Gurp’ weer aan de oesters te gaan. Het is een prima voorstel dat ik graag aanneem en ik geniet al bij het vooruitzicht. Voor veel Oldambtsters misschien een gruwel, maar ik geniet er echt van om samen met vrienden en welgezinden, staand rondom de vistafel al keuvelend en witte wijn drinkend een portie verse oesters uit hun schelp te slurpen, wat citroen erover… mmmh!

Met een ‘au-revoir’ neem ik na de koffie afscheid en schuif aan in de kleine rij bij de specialiteiten chocolatier en banketbakker Volat om een van zijn chocolade-puffs te halen, weg te geven als cadeau aan Melissa, die net die dag haar nieuwe zaak zal openen. Meer dan 6 weken heeft ze samen met vrienden en vriendinnen lopen klussen om van het oude gebouwtje achter de centrale markthal een knus koffie- en wijntentje te maken. Ze is blij verrast als ik de ‘Puffet’ in doos met lint aan haar geef. “Lief” zegt ze, en vliegt me spontaan om de hals. Ik neem plaats aan een van de sfeervolle zitplaatsjes en geniet van het aangeboden kopje koffie en bijgaande glaasje water, de Fransen zijn daar over het algemeen heel stipt in. Langzaamaan loopt het terras vol en is ze druk doende al haar gasten te voorzien van drank & spijs en met geheven hand zwaai ik af.

Ik loop door kleine straatjes omhoog naar voren, naar het strand, en ga op één van de bankjes zitten die er staan. Het is rustig-druk, de grote haussé van Fransen moet nog komen, nog even dan braken de beide veerboten van Pont de Brave om de 50 minuten honderden Franse vehicles uit die in langzaam oplossende files de landtong infiltreren. Nog even, dan is het voorbij met de relatieve rust in de Medoc, dan worden de rustige landweggetjes gemasseerd door een steeds groter aantal rollende rubberbanden. 

Dit overpeinzend zie ik hoe twee jonge mademoiselles van een jaar of 8-10 van bovenaf het strand naar beneden, naar de zee rollen, iets verderop zie ik een ranke blonde tiener dollen in het zand, koprolletjes uitvoeren en radslagen maken. Het is heerlijk zonnig, 30 graden plus.. ik trek m’n Primark shirt omhoog, korte broek met waterschade naar benee, trap m’n slippers uit en leg mezelf met Ziki-boxem van de Action in het warme zand.. heerlijk.. lekker NIX, ogen dicht en genieten maar.

Slava ‘Robin Hood’ Bandera

Met een vriendelijk uitgesproken “Bonjour” heet de jonge brunette me welkom als ik de karakteristieke boekenzaak binnenstap. ‘Librairie de Corinne’, al ver voor ik daar 34 jaar geleden binnenstapte zit het kleine antiquariaat annex kaartenwinkel op een hoek van Rue la Trouvé.

De geur & odeur van alle antiquariaten is werkelijk overal herkenbaar en gelijk, schrijfsels uit oude tijden houden in de band gebonden hun eigen ietwat muffe geur van oud papier en leren boekbanden. Ik snuffel graag in de kasten waar anderstalige werken staan, bij voorkeur Duits- of Engelstalig, voor veel Fransinezen onleesbaar residu.

Ik tref het.. in een apart staand, houten kistje staat een kleine collectie uiterst interessant leeswerk, afkomstig uit de collectie van een belezen vorige eigenaar. De titels spreken boekdelen en ook de in potlood aangebrachte marge-schriften tonen de kennis en kunde van degene die ze geplaatst heeft. Werken van de hand van Michael Jeismann, Hermann Hagspiel, Karl Ferdinand Werner, Reiner Pommerin en meer..

Leerrijke werken zoals ‘Das Vaterland der Feinde’, ‘Quellen zu den Deutsch-Amerikanischen Beziehungen 1917-1963’ en ‘Quellen zu den Deutsch-Französischen Beziehungen 1815-1919’.. maar ook de 4-duimendikke roman van de Joods/Franse auteur Jonathan Littell: ‘Die Wohlgesinnten’, een in 2008 in het Duits uitgebrachte kloekeboek dat in 2006 in Frankrijk verscheen onder de titel ‘Les Bienveillantes’. De beide ‘Quellen’ heb ik met liefde toegevoegd aan de eigen collectie, het werk van Littell heb ik na ampele overweging toch laten staan.

Niet omdat DAT geen interessant werk is, integendeel, maar romans – hoe goed geschreven ook – ‘vervuilen’ zogezegd m’n eigen collectie non-fictie naslagwerken.

‘Die Wohlgesinnten/Les Bienveillantes’ is een degelijk doorwrocht en historisch verhaal dat handelt over de moordlust en misdadige praktijken in Oekraïne tijdens de Tweede Wereld Oorlog, de gruweldaden begaan aan Joden, en in mindere mate aan communisten en Russen.

Sadistische wreedheden, begaan door Oekraïense nationalisten van het OUN, het met het nazisme heulende pak van smeerlappen van de NU óók weer zo in opspraak geraakte fascistenleider Stephan Bandera. Hoe door deze onmenselijke beulen de Joden getreiterd, bestolen, verkracht, gemarteld en vermoord werden, in koelen bloede uit ramen gedonderd werden en zwaar verminkt tenslotte voor dood werden achtergelaten. Smeerlappen die zich met blauw-gele bandera’s om de arm te buiten gingen aan onbeschrijfelijk geweld.

Zo’n boek als dit zou NU verboden moeten worden, past nu niet meer in de massaal over ons mensen heen gestorte politiek correcte waarheid. De werkelijkheid van nu is die van de Oekraïense ambassadeur in Duitsland die in een eerder deze week gehouden TV-interview de nieuwe waarheid verkondigde en Bandera vergeleek met een vrijheidsstrijder a-lá Robin Hood!! Slava Bandera.

Ik pak m’n beide nieuw verworven werken van Reinier Pommerin onder de arm en met een welgemeend “au Revoir” verlaat ik de brunette en ‘Librairie de Corinne’. Wie weet tot ooit.. donkere tijden lijken ons deze zonnige zomer tegemoet te komen, de aanhangers van ‘Robin-Hood-Bandera’ zijn uit het woud gekomen naar’t schijnt..

Die Kappen kommen…

Nét voor de afslag Salùt du Mer – Sud zwaait een in blauw verpakt tenue en officieel bemust Frans agent me van de rijbaan naar de tussenstrook. Braafjes volg ik z’n aanwijzing en zet m’n Zwoele Franse Troela stil op het wit gearceerde wegdek. Met m’n arm over de rand van het geopende portierraam wacht ik op de dingen die komen gaan.

De Franse gendarme gebaart me de motor uit te doen en ik draai de sleutel naar links. “Parle-vous Français”? vraagt hij, waarop ik vraag of hij Plat Grunnegs proat… als ‘de vele honderdduizenden medelanders thuis’ doe ik vooral m’n best om gast te zijn en te blijven en houd ik m’n repertoire zo beperkt mogelijk.. als het even kan bij brood, wijn en kaas, pain, vin et fromage..

Of ik dan Duits spreek.. Ja, dat lijkt me wel een leuke uitdaging om samen met hem op z’n teutoons aan de babbel te gaan. “Aha” reageert hij enthousiast en wenkt daarop direct naar een klein clubje collega veldwachters en roept daarbij iets over “Allemange”! Kort daarop verschijnt een zwart geüniformeerde Duitse blondine voor m’n raamportier.. het is een “austausch polizistin”, oftewel een Duitse mademoiselle in Duitse overheidsdienst die tijdelijk gedurende de zomerperiode over de grens gestationeerd is.

Haar Frans is redelijk, maar op haar Duits is niets aan te merken. We hebben een kort en gemütlich gespräch, ze werkt mee aan de verkeerscontrole, ze is net deze dag voor het eerst met haar donkerharige Franse vakbroeders op pad en ik ben de eerste anderlander van de dag. Ze controleert m’n papieren en complimenteert me met m’n Duits. Ze heeft het nu al naar haar zin op deze vakantiebaan. Ze is voor het eerst in Aquitanië en voor de tweede keer in Frankrijk en we keutelen nog even kort door in de bocht naar Salùt du Mer. 

Het zijn vooral en met name haar Volksgenossen die nu massaal over de greppel naar het Zuidwesten van Europa trekken dat zij een handje toesteekt in het zonnige Salùt du Mer. Ik had ze ook al opgemerkt, niet zozeer vanwege hun luidruchtige aanwezigheid maar door de opvallende en explosieve toename van mondkappen in en rond Salùt.. werkelijk overal nemen deze gehoorzame en brave ‘Volksdeutschen’ hun kappen mee naartoe..

Vooral de al wat oudere en gezagstrouwe lichting.. de jongeren vallen op door zich uitdrukkelijk te onderscheiden door net als 95% van de lokale Fransinezen bloots-kops te verschijnen. Wat vooral opvalt zijn de Duutse moekes, die geven de toon aan.. en lijken in de meeste gevallen ook DE broek aan te hebben en sturen mann und einkaufswagen gericht door de Franse Aldi, Lidl en Carrefour door de gangpaden en hebben de knip in de broek.

De Duitse blondine in zwarte dienstkledij en ik kijken elkaar nog even kort aan, wensen elkaar een goede voortzetting van de dag.. zij vol in tenue en wapenholster, ik in korte Hose met zeewaterschade en verder gehuld in kort-gemouwd bruin Primark shirt. Auf wiedersehen, bon voyage en moak der wat schiers van.. als ik wegrijd zie ik een kleine kolonne Tentoonse vehicles in m’n achteruitkijkspiegel naderbij komen, voor mij doemt de spoorwegovergang al op met het in het groen verscholen klein kasteeltje waarvan het rode golfpannetjes bedekte dakje boven het groene loof uitsteekt. In z’n twee zoeft Troela met mij mee naar de zee, achter me zie ik in de rugspiegel die Kappen kommen.

Dappere Stappers..

Voldaan en met een tevreden gevoel kijken ze beiden op hun werk terug, Koos & Engel, mede door hen kan de Winschoter Avondvierdaagse opnieuw als zeer geslaagd in de Oldambtster geschiedenisboeken worden bijgeschreven.

Koos Simens en Engel Koerts, ooit waren het zulke opgeschoten Oost-Groninger knuppels als ikzelf. Met name Engel was net zo’n bengel en met dit schoolkameraadje heb ik het nodige spannends uitgespookt maar ook samen ons best doen in de klas bij meester Piet ‘Lorre’ Kuiper en na schooltijd voor wat extra zakgeld samen langs deuren leuren, oud papier ophalen met een bakfiets van ‘Kokkie’. Brave kindjes waren we (natuurlijk), zetten altijd onze beste beentjes voor en ik zie ons nog als puberklas driftig oefenen onder wandel-commando van Piet Lorre. Zingend marcheren in rijen van zeven, vier rijen naast elkaar en dat in de maat van “My Sarie Marais is so ver van my hart”, meerstemmig, dat ook. Zuiver en in de maat zingen en marcheren, zo moest het, we wilden natuurlijk wel goed voor de dag komen tijdens de Avondvierdaagse.

We waren als school natuurlijk wel de beste vonden we maar niet uniek. In ’t voorjaar liepen meer scholen voorafgaand aan de vierdaagse door de Winschoter binnenstad en buitenburen zingend te marcheren. Zo ook Koos (toen nog ‘je’) die samen met de wandelexperts van Speeltuin Vereniging Bovenburen strak geüniformeerd de pas erin zette, de paden op & Winschoter lanen in. Kwamen we elkaar als groep tegen dan zetten we, als puistenkopjes de pas erin en gas erop, inhalen die hap, einz, zwei, drei… Het was elk jaar een hele happening waaraan nagenoeg alle Oldambtster scholen en (sport)verenigingen meededen, duizenden wandelaars kris-kras – en dat een week lang – in de vroege avond door de Rozenstad en het buitengebied. Het afsluitende defilé op vrijdag door de binnenstad met muziekkorpsen voorop, voorbij het stadhuis, bepakt en bezakt met bloemen en zakken snoepgoed van Mecca om de nekjes en dat langs duizenden ouders, buren, vrienden en familie trots langs de kant staand – echt een hele organisatie om dat elk jaar allemaal rond te krijgen.

Als kind en buitenstaander krijg je niets mee van de noodzakelijke voorbereidingen, het loopt gewoon elk jaar gesmeerd als boter. Het team mensen dat al maanden voorafgaand daaraan werkt, die route’s uitzetten, de beveiliging organiseren, de afspraken met de korpsen maken, de vergunningen regelen en honderdduizend dingen meer, is in verhouding klein, dit jaar is dat een ploegje van acht mensen. Koos en Engel zijn twee van deze kanjers die onder bezielende leiding van Trijnie Hartman de 74e editie van de Avondvierdaagse tot in de puntjes georganiseerd hebben. Met in totaal 20 enthousiastelingen die o.a. bij de dranghekken staan, het verkeer regelen en meer, is ook deze editie weer een daverend succes geworden, een succes dat ze volgend jaar, als de 75e editie op het programma staat, graag willen herhalen. Maar.. er moet wel nodig vers bloed in gepompt worden. Er is plek en plaats voor betrokken mensen, mensen die het organisatieteam willen versterken maar ook meer vrijwilligers voor de vele hand-en-spandiensten. Dus.. bij deze een oproep aan iedereen die dit leest en die het evenement een warm hart toedraagt, meld je aan en zorg samen met Koos en Engel dat ze ook volgend jaar weer vrolijk door de straten kunnen marcheren, de duizenden ….

Dappere Stappers.

White Privilege – 1914

(Een moeder met drie kinderen voor hun plaggenhut bij Onstweddertange – Foto: Tonnis Post, collectie Groninger Archieven

Afschaffing van de slavernij

Het is een relatief onbekend gegeven dat met name de Nederlandstalige Zuid-Afrikaanse Blanke Boeren voorop liepen in de afschaffing van de slavernij. Samen met de nieuwe regeerders in de Bataafse periode van 1803-1806 werden concrete stappen genomen om zowel de slavenhandel als ook de slavernij af te schaffen!

Direct met de komst van Mr. Jacob Abraham Uytenhage de Mist als Nederlandse Commissaris en Jan Willem Janssens als nieuwe gouverneur-generaal werd in 1803 het verbod op het invoeren van slaven ingesteld. Daarnaast zou de slavernij geleidelijk aan worden afgeschaft door elke nieuw geboren slavenkind de wettelijke status van vrije burger toe te kennen. Gelijkheid van rechten en plichten.

Deze revolutionaire koers was niet helemaal naar de wens van de heersende elites en met de vernieuwde Engelse machtsovername in 1806 werd snel een streep gehaald door deze allereerste Republikeins-Nederlandse poging de slavernij af te schaffen. Rond 1800 waren de stemmen om de slavenhandel te staken steeds luider te horen en verrassend genoeg was het vooral Engeland dat zich hiervoor inzette.

Het was voor hen zelfs een belangrijk agendapunt en onderdeel van hun eisenpakket in de besprekingen die leidden tot het verdrag van Wenen in 1815. Dat juist Engeland – de slavenhandelaar bij uitstek – zich opwierp als pleitbezorger was niet zo verwonderlijk en had dat een iets andere reden dan edelmoedigheid. Concurrentie en niet medemenselijkheid was het argument dat daarbij speelde.

Engeland had in bloedige campagnes en oorlogen rond 1800 de macht over Noord-Afrika naar zich toe weten te trekken, het traditionele ‘wingebied’ voor slaven. Engeland wilde de absolute economische macht van haar Imperium beschermen door andere (opkomende) concurrerende naties het recht op invoeren van werkkrachten onmogelijk maken en zeker niet het wegroven van werkkrachten uit haar Noord-Afrikaanse gebied toestaan.

Zelf had ze in vele jaren van mensenhandel grote volksplantingen weten te realiseren die in voldoende mate voor nakomelingen zorgden zodat nieuwe aanvoer niet noodzakelijk was.

Om op een andere manier in de behoefte van nieuwe werkkrachten te voorzien werden ‘contractarbeiders’ aangeworven, mensen die zelf hun overtocht betaalden en per saldo tegen lagere kosten het werk mochten verrichten. Een praktijk die de Engelse elite op het ‘Suikereiland’ Trinidad al had gebruikt.

Nadat het economisch niet meer rendabel was om van de relatief dure slaven (aanschaf, transport, verzorging, onderdak, etc.) gebruik te maken werd daar de slavernij afgeschaft en werden zo’n 150.000 Indiase contractarbeiders naar het eiland gebracht. Deze koelies verrichten tegen lagere beloning zelfs de smerigste karweitjes wat zorgde voor enorme spanningen.

Niet normaal …

Het Belgische trappistenbiertje maakte zijn tong los terwijl hij onderuit gezakt in zijn comfortabele stoel genoot van die zwoele zomeravond. Zwaluwen kirden luidkeels daarbij capriolen makend door de lucht toen hij haar wat vanuit zijn jeugd verhaalde…

“Ik zal toen denk ik een jaar of acht geweest zijn schat ik zo. We waren als gezin net terug verhuisd naar onze oude thuisregio, hoog in het Noorden. Een van moeders zussen kwam op enig moment vanuit het midden van het land omhoog te logeren, samen met echtgenoot en een van haar kinderen, in leeftijd gelijk aan het mijne.

Ze maakten van de gelegenheid gebruik om ook even op visite te gaan bij een Westerwolds gezin waar tantelief in oorlogsjaren als westers bleekneusje verbleef om het hongerspook te ontvluchten. Dat was dan met zijn viertjes samen in hun Franse voiture, oom & tante, hun kroost en ik als medepassagier. Het was een hartelijk weerzien en er waren levendige herinneringen die naar boven gehaald werden waar wij als kleuterkindjes nauwelijks oor laat staan geduld voor hadden, vol jeugdige energie stuiterden wij eruit, naar buiten, samen met een leeftijdgenootje dat daar huis hield.

Kortgebroekt en met zijn drietjes verkenden we de buitenbuurt en al snel ploegden we met onze blote beentjes door de bergen grond en modder van het nabijgelegen bouwterrein. Het kort daarvoor geruimde bouwland lag bergs-gewijs aan de randen hoog opgestapeld van de te verrijzen nieuwbouwwijk, compleet met paal en prikkend rasterwerk wat tot dan het vee binnen de perken had gehouden. Als berggeiten van berg tot bult ferme bokkesprongen springend tikkertje spelen, totdat ik me pardoes verstrikt verstruikelde in resten roestig prikkeldraad.

Auw en oeps, in beide benen vast verkleefd en prikkend hield het me tot bloedens toe krammend vast dat in kleine straaltjes naar m’n sokken sijpelde. Kreupelend uit de modderbergen richting huis van het Westerwolds gezin waar oom en tante op de koffie en aan de klets waren, hun kroost verschrikt en ontzet samen met mij naar daar onderweg vooruitgesneld door het Westerwoldse leeftijdgenootje dat hevig deurbel klingelend zijn moeder de deur liet opendoen.

Met prikkeldraad gelardeerde beentjes en van pijn doortrokken stond ik bloedend wachtend op ouderlijke hulp en haar verzorging maar ontsteld en radeloos draaide zij zich om, daarbij om tante roepend. Die verscheen al even verschrikt en in paniek en wist zich met de situatie en het huilende kleuterventje dat ik was geen raad. En zo ineens was daar de stilte, rust en raad en wist ik wat te doen.

Onder luid gekrijs van tantelief en Westerwoldse pleegmoeder vatte ik met beide handjes het gekrulde prikkende draad, trok het rustig uit mijn beentjes en legde het in het grind naast de rode stoep waarop ik stond. Ik was niet verbaasd, niet bang, voelde geen pijn en het bloeden stopte nagenoeg direct zoals ik al tevoren ‘wist’, helemaal toen ik mijn handjes over de beschadigde beendelen wreef. Tantelief zette van ontzetting en schrik grote ogen op en kon haar ogen niet geloven, maar ik vond het heel normaal, voor mij was het niet eng, ik deed wat ik kon en moest doen.

Het bezoek eindigde abrupt, alles moest direct en stante pede in de Franse voiture terug naar haar zuster en mijn moeder en werd ik vooraf en tijdens de thuisrit in alle toonaarden toegesproken om hier nooit en te nimmer een woord over te spreken, niets te zeggen – tegen niemand niet en zeker niet tegenover moederlief – dit was niet normaal, duivels en diabolisch, en dat beloofde ik angstig. Ik voelde me schuldig, vies en stout, ik had iets slechts gedaan, maar wist niet wat.. voor mij voelde dit goed, gewoon en heel normaal en ik was blij dat ik van de pijn en ook het bloeden af was.

Als kind stond ik er niet bij stil dat dit een ab-normaliteit was, mijn moeder, ja die zou het wel begrijpen. Thuisgekomen vertelde ik haar stiekem toch wat mij was overkomen maar nee, ze wilde er niet naar luisteren, dit was niet normaal, duivels en diabolisch, vroeg op bed, ik mocht er met niemand ooit over spreken en ze zou voor me bidden en hoopte dat het nooit meer zou gebeuren.. ik mocht niet normaal maken wat niet normaal is.. het gebed heeft niet geholpen..

Zetnaitzain….

… hoor ik hem zeggen, als hij de deur voor me geopend heeft en ik bij hem naar binnenstap in de klassiek en stemmig ingerichte wachtruimte. ‘Hem’ is Hille, Hille Huiting om volledig te zijn, de uitvaartleider bij uitvaartverzorgingsbedrijf Eefting.

Het is zeker al weer een paar jaar terug dat ik hem voor het laatst – en dat in functie – gezien en gesproken heb. Door zijn beroep is de 55-jarige Oost-Groninger vaak- en veelal wat op de achtergrond dienstbaar actief en dat onderhand al vijftien jaar. Voorafgaand aan m’n bezoek zag ik de deur geopend worden door een van de heren Eefting van het familiebedrijf, hen ken ik ook al jaren, maar het was Hille die de deur voor me opende.

“Zugst der goud oet” was mijn reactie en daar was geen woord Frans bij. Hij strak en degelijk in ’t pak, haar in model, schoenen glimmend glad en met bij zijn taak en functie bijpassend karakter. Ik ook – maar dan met wapperende grijze lokken, blauw Primark shirt, vest en in korte broek met Lowa wandelstappers om de voeten. Op zijn vraag wat hij voor me kon betekenen draaide hij zich om en op weg om het benodigde op te halen vroeg hij me of ik ook zin in koffie had en of ik daar ook wat in wilde hebben, want dan nam hij dat direct mee.

Niet veel later pende hij tegenover mij aan tafel het een en ander over om dat later aan mijn verzekeringspolis vast te plakken. Ik laat me (het liefst pas over een x-aantal jaren, dat dan weer wel) vakkundig onder de grond spitten en als het kan op de plek die ik daarvoor gereserveerd heb, gecodeerd met AG-nogwat en eindigend op 0065. Maar, welke plek dat is dat kunnen ze daar niet ruiken, handiger is het ze dat van tevoren even laten weten.

Op de heenweg schoot het even door me heen dat ik al veel eerder met Eefting afgesproken had dat ik m’n verlanglijstje voor het Moment Suprême nog zou inleveren, dus of er wel of geen Poffert bij de koffie moest, met of zonder appel of slagroom, krentebol of broodje kaas misschien of zelfs een borrel erbij en dat ik zou aangeven of er ook meziek-bie-mos. ‘k Ben er nog niet uit welke artiest ik dan uit de luidsprekers laat lallen & schallen maar ik denk daarvoor nog wel even de tijd te hebben.

Misschien is’t wel een idee om speciaal daarvoor een luchtig, leuk en laatste stukje in te leveren om daar en dan (voor)gelezen te worden, een paar kwinkslagen erin, wat droge humor en dat ze me daarna naast broerlief onder de grond wegwerken. Lurkend aan m’n koffie bespraken Hille en ik het een en ander en met een glimlach om de lippen stelde ik hem de vraag of hij wist hoe of dat nu zat met een etagegraf. In mijn beleving stoppen ze me zes-voet diep in de grond om naderhand de grond stevig aan te stampen, waarom dan de benaming ‘etage’?

Onder de koffie boomden we met zijn beiden nog even over van alles en nog wat door en kwam ook zijn vader Bouwie Huiting nog even in herinnering voorbij. Johan Poppenprijs winnaar Bouwie is een man die in naam & daden nog bij veel Oost-Groningers in herinnering voortleeft, een maatschappelijk betrokken kerel dat was het, een zorgzaam type die altijd voor iedereen klaar stond, een goed organisator en ook iemand die goed met mensen om kon gaan.

In dat opzicht is Hille een echte zoon en kopie van zijn vader met dezelfde ruime inborst en goede karaktereigenschappen. Op die wijze leeft vader Bouwie voort, niet alleen via zijn zoon Hille, maar ook in herinnering blijft hij springlevend. Dat is met alle mensen zo .. ook al zijn ze al jaren niet meer om ons heen en hebben we hen al ’n Zetnaitzain…

Zal’k die wat döner doun?

.. zegt Jan, “dat is ook wat Henny zo lekker vindt” en met Henny benoemd hij onze gemeenschappelijke Pekelder kameraad die mij door zijn aanbeveling bij Jan bracht. De 62-jarige Jan Geertsema, hij staat met zijn mobiele Grill Oet Grunnen al jaren op zijn vaste stek tussen de Winschoter Jumbo en Cultuurhuis de Klinker. Niet alleen kip-aan-’t-spit, maar ook kippenbouten, worsten, frieten en ander frituurwerk gaan er bij Jan over het smulbuffet, zo ook de Döner. Het zal wel een gebrek aan m’n opvoeding zijn geweest maar hoe dat smaakt en waar dat naar proeft, daar heb ik geen actieve herinnering aan, dus ik op naar Jan. “Ik mok die wel wat” zei Jan en hij dook achter de oven en in zijn Grillmobiel en sloeg zijn slag terwijl Andrea zich om de klandizie voor de wagen kommerde.

Het is een veelzijdige kerel die Jan, technisch en administratief handig en kan ook alles zo lijkt ’t. Ooit begonnen bij de douane in Nieuweschans liet hij zijn handen wapperen bij de alom goed bekend staande garage(s) Metting en later Bruining in Bellingwolde om daarna voor z’n eigen boterham en de wel waarderende Oost-Groninger en kritische maag van de Oosterburen kip aan het spit te rijgen. Dat alles op de donderdag en vrijdag in Winschoten met veel succes om zaterdags in zijn woonplaats Bellingwolde zijn Grillmobiel bij de Coop af te meren. Motorrijden en vissen dat is wel zijn dingetje maar het komt er door de drukte niet zo vaak meer van. Maar ontspanning dat is er nog genoeg, daar zorgt hij wel voor, geregeld een keer met kameraad Henny achter een glaasje gerstenat en op de Winschoter Nacht waren ze samen met andere kameraden altijd te vinden.

Of ik er ook knoflooksaus bij wil, vraagt Jan.. ook zelfgemaakt! Ja, da’s altijd lekker en zo staat er döner mit zelfgemaakte saus voor m’n neus, schijfjes goed gekruide, geschilde en gerilde kip met een fijn gesneden groentebouquetje on top, lekker! Kan me voorstellen dat niet alleen kameraad Henny dat lekker vindt maar ook een hele kudde Oost-Groninger inboorlingen die zich elke week om de grill van Jan verdringen om hun lekkere trek te stillen. Terwijl ik de smakelijke hap onder mijn neus naar binnen vork is Jan druk doende de trek van de voor zijn Grillmobiel samengedromde klandizie te stillen. Ik veeg m’n lippen af, gooi verpakking in de ton die naast de openstaande deur staat en zwaai af als hij me nog even staande houdt en vraagt of ik nog iets mee wil naar huis..Zal’k die wat döner doun?