Home » Columns

Categoriearchief: Columns

Van Schooljuf tot Viswijf

Breed lachend toont ze de vers gevangen forel voordat ze hem schoongemaakt en gekruid in de oven laat garen. Het is een van haar specialiteiten, samen met de ambachtelijke en zelf gerookte regenboogforel. “Wie had dat kunnen denken” zegt Marieke, die tot voor kort in Scheemda als leerkracht voor groep 5/6 stond. Daar ken ik haar ook van, de goedlachse juf van de basisschool achter m’n huis, waar ook de kinderen van neef Vincent school gingen. Zo ineens trof ik haar in een heel andere omgeving, buiten achter bij de spoelbak, kundig een tros forellen kakend. Hoe dat zo kwam? Dat vertelt ze me even later.

Met een verse bak dampende koffie en een appelpunt met slagroom voor de neus zit ik bij haar aan tafel in het bijbehorende knusse restaurant terwijl ze enthousiast haar verhaal houdt. Marieke Meijerhof, al 38-jaar een Midwolmer in hart-en-nieren, bestiert sinds zomer 2021 samen met haar man Peter Forellen(vis)vijver ‘De Kolk’ in Midwolda. “Ik heb een mooie carrière switch gemaakt”, zegt ze lachend nadat ze de geschoonde vis onder de kraan gespoeld heeft “Van schooljuf tot viswijf” zegt ze grijnzend “en dat bevalt uitstekend, ’t is geweldig werk, elke dag is weer boordevol leuke verrassingen, ik kan er wel een boek over schrijven, neem nu de dag van vandaag.”

“Een groep van 13 personen zou vanmiddag komen om te vissen, tenminste dat had ik er uit begrepen. Dat was wat ze mij met handen-en-voeten geprobeerd hadden uit te leggen. Het waren geen Groningers, ze waren oorspronkelijk afkomstig uit Oost-Europa denk ik. De stoelen waren netjes in de zon rond de vijver klaar gezet, hengels erbij, voer, afijn, alles klaar om de forel aan de haak te slaan, maar.. ze wilden de vissen niet zelf vangen maar opeten. Dat was dus even snel schakelen, hengels weg en dertien verse forellen uit het water en aan de kaak, want ja, ik laat me niet zo makkelijk van de haak slaan. Met hulp van zwager en dochterlief (een toptalent in de keuken trouwens) slaagden we er ook nu in elke forel boterzacht te presenteren.”

“Dit was weer zo’n super-zonnige-dag, leuke mensen als gast en een fijne atmosfeer en daar doe je het voor, daar geniet ik echt van. Vanaf juni zijn we vanaf half 9 ’s ochtends ook tot 9 uur in de avond geopend, kijk anders even op onze pagina www.dekolkmidwolda.nl, instagram of google”. Ik hap het laatste stukje appeltaart naar binnen en spoel het restje slagroom weg met m’n koffie voor ik mezelf met m’n Zwoele Franse Troela weer naar huis toe breng.

Eeh, amoi die Jacq..

Ontglipt me als ik die ochtend m’n loopje door het Winschoter rosarium afleg en haar daar op een van de bankjes zie zitten, Jaquelien. “Eehmoidoe” antwoordt ze terug. Er zit geen woord Frans bij, ’t is niets anders als ABG, Algemeen Beschaafd Grunnegs en ’t klinkt warm en vertrouwd. Ze is net als ik ook meertalig en met een “Zet nait zain, ja!” geef ik haar antwoord terug en al snel zitten we beiden op de babbelbank.

Jacquelien Gremmer, een van die knapperds die ik nog ken uit m’n drukke(rij) uitgevers tijdperk. Echt zo’n lekker ongecompliceerd mens met een fijn karakter, altijd positief ingesteld. Ooit stond ze als model wervend op een van de folders die ik rondzond aan m’n wenskaartafnemers, op de plaat gezet door vriend Cor in de Midwolmer Koele, maar dat is weer een ander verhaal. Bij haar nooit beren op de weg, da’s wel zo prettig, niet alleen voor haar maar ook voor die beren, want die kunnen een paar glimmende naaldhakken verwachten, daar waar de zon nooit schijnt. Een opgeruimd karakter dat deze 46-jarige Oldambtster dame in haar leven goed van pas kwam.

Uit Midwolmer klaai omhoog getrokken timmerde ze goed aan de weg en deed met passie haar eigen ding. Veel Oost-Groningers (her)kennen haar misschien nog als piepjonge bar-dame van Cafe Bloem uit vroeger tijden en later o.a. als de succesvolle Winschoter mode & kledingentrepreneur. In 2005 kreeg ze door een auto-ongeluk de wind behoorlijk tegen waardoor ze voor 100% afgekeurd werd, iets waar ze zich niet bij neer wenste te leggen. “Kop der veur en deurzetten” was ’t motto en zo werkte zij zich er weer uit & ertussen. Via een werk-ervaringsplek kwam ze op de Gemeentelijke receptie terecht waar ze onderhand al 12 jaar vast-verankerd is.

Jacq is een sjieke meid met heel wat capaciteiten en die gebruikt ze ook goed. Sinds 2019 is ze een heuse BAB(e)S– Buitengewoon Ambtenaar Burgelijke stand – bij de gemeente Oldambt, een trouwambtenaar met stijl & klasse die elk met plezier de (huwelijks)boot in helpt. Jacq is geen suffe(nde) babs, sinds begin dit jaar is ze zelfstandig en maakt ook buiten de eigen gemeente van elke huwelijksceremonie een onvergetelijke gebeurtenis, dat is echt haar ding “echt de leukste baan van de hele wereld” zegt ze. Ik sta- en stap weer op van de bank, ga weer door, tijd voor koffie. “Moi he!” zegt ze “mailmiemor ast wat meer waiten wilst – of veur n bak kovvie” – sharethelove.jg@gmail.com… “ok, is goud – amoi Jacq!”

John en zijn ESSOWEE

John Ruibing

“Kijk”, zegt hij “dit is nog een van die oude wandelstokken die in vroeger tijd bij de Winschoter Adrillen markt werden uitgereikt. Niet helemaal zeker, maar volgens mij komt dit exemplaar nog van de Stadhuiszolder”. Met een glimlach toont John het duidelijk gedateerde stokje terwijl hij voor een geschilderd tafereel van een ver verleden Adrillen staat.

De 60-jarige goedlachse John Ruibing vertelt met verve het verhaal van de ‘club’ waar hij voor staat, zijn club waarvan hij naast al jaren bestuurslid nu de positie van secretaris bekleedt. Stichting Oud Winschoten, de SOW, het is een van de lokale organisaties waar een 20-tal historisch betrokken en gemotiveerde Oldambtsters zich meer dan thuis en op hun plaats voelen. Een prijzenswaardige organisatie die het Winschoter verleden tastbaar voor de toekomst bewaard houden en zich gesteund weet door ruim 450 donateurs.

John neemt me mee door de recent betrokken lokalen van de oude Pabo aan de Stikkerlaan vol met in veler vorm opgeslagen Winschoter herinneringen. Het halve interieur van de toentertijd op de hoek van de Engelsestraat en de Wevershorn gevestigde Bakkerij M. Fröling Jzn. staat naast de houten voorraad zaadkast van Kloosterhuis geduldig te wachten om op een passende plek ingedeeld te worden. Alle lokalen staan werkelijk boordevol met grote en kleine tijdcapsules, zoals de houten flessenkratten van Woltjer & Oosting, een in vol tenue gestoken paspop van het teloor gegane ‘Winschoten 66’, een toonkast vol Winschoter tinwerk, de ‘kast-van-Uil’, de oude kruikenwarmer uit het Sint Lucas, schappen vol oude kaarten, tekeningen en schilderijen, planken vol boeken en dozen vol archiefmateriaal, echt te veel om te benoemen.

Onder het genot van een bakje koffie praat hij enthousiast verder over de stichting die hij en zoveel andere Winschoters een warm hart toedragen en komt het gesprek erop hoe de voormalig Hotelier langs familiebanden gehecht aan het befaamde Hotel De Nederlanden bij de de SOW betrokken geraakt is. Al vele generaties lang is de familie Ruibing betrokken bij het wel en wee rond stad en markt. Ooit begonnen op de Oldambtster Herberg maakte overgrootvader zich in 1870 zelfstandig door het vrijwel naastgelegen logement De Nederlanden over te nemen. Naast onderdak voor de reiziger en stevige en voedzame kost voor boeren, burgers en buitenlui vonden de paarden verversing in de stal. Het waren levendige tijden, vooral tijdens kermissen en jaarmarkten. De paarden maakten later plaats voor auto’s van de hotelgasten en op feestelijke dagen vonden soms wel 1.200 fietsen hier hun tijdelijk onderdak.

“Tijdens de Adrillen markten was Winschoten altijd overvol en gezellig druk door de enorme toeloop uit omringende dorpen voor de veemarkt. Vee dat op haar beurt weer zorgde voor een overvloedig aanbod van stront en stro dat vanaf de markt naar Langestraat en Torenstraat oprukte. In die jaren zorgden wij de avond ervoor dat we oud meubilair geplaatst hadden en overal matten op de grond gelegd hadden, vooral de padvinders hielpen daar een aardig handje bij mee” vertelt John. “Het waren gezellige dagen, overal in de stad en in de kroegen aan de markt muziek en zang en de toentertijd in heel Groningen wereldbekende Jopie Koopman speelde bij ons de sterren van de hemel, dat waren nog eens tijden.., heerlijk!”

“Adrillen is bij lange na niet meer het jaarfeest wat het ooit was, door de MKZ crisis van jaren geleden verdween het vee van de markt en daarmee ook de oude tradities. Geen marktplein meer vol met paarden, koeien en kalveren geketend aan het mobiele houten hekwerk met doorgeregen stalen kettingen. Kijk.. hier achter me staan toevallig nog een paar van die originele palen met ketting die vroeger in de verzonken putjes geplaatst werden op het plein. Ik heb zelfs nog een foto van jou waarop je als Boertje Popko verkleed naast zo’n hekwerk op de markt staat. Jij had daar toen je drietand vast, dat was ook al weer jaren terug, dat was toen en ook wel iets anders dan zo’n oude wandelstok uit vroeger tijd”.

Het Raketje van Sjanetje

De kiddo’s waren enthousiast, vanaf het eerste moment geboeid en deden ook actief mee. Dat oorlogen nooit per ongeluk ontstonden en dat niet wij, de burgers, maar de politieke bestuurders daar altijd de grootste verantwoordelijkheid voor dragen, dat had ik hen net kort uitgelegd. Daarbij had ik ze ook verteld dat het eigenlijk te bizar voor woorden is dat ze daar telkens weer opnieuw in slagen omdat ze daarin al eeuwenlang hetzelfde patroon volgen.

Oorlog is misleiding en bedrog en de leugenaars weten er geraffineerd voor te zorgen dat de burgers er altijd weer intrappen. Liegen tot je barst met haat als resultaat en wij, de burgers, zijn daarbij altijd de pineut. Mensen geloven nu een keer alles, als je het hen maar vaak genoeg vertelt en of het nu waar is of niet, als je het maar blijft herhalen wordt het vanzelf de enige-echte-waarheid.

Sjanetje, een dunne deerne met lang blond haar van 11 jaar had haar hoofd goed aan staan, ze gaf zinnig en gewiekst commentaar. Waarom die oorlogen dan toch telkens weer begonnen was haar vraag en ik besloot haar mee te nemen in het voorbeeld dat ik daarop gaf. Als doe-het-zelf conferencier maak ik tot plezier en vreugde van de leerlingen en mezelf als het kan een all-in-theatervoorstelling van m’n gastlessen. Met humor hou je het langer vol en tot nog toe is dat bij de kiddo’s van ruim 700 scholen aardig gelukt al zeg ik dat zelf. Het mannetje-met-het-snorretje en de arm-omhoog komt steevast aan bod, maar wat zijn rol is in de oorlogen VOOR en NA die vette oorlog van 39-45 dat ontgaat hen, dat kan ook kloppen want de oorlog in Yemen en Syrië ontbrandden zonder hem. Hoe dan? vroeg Sjanetje, waarop ik van wal stak.

Weet je Sjanetje, je hebt een raketje, zo’n mooi klein ding met een partijspoortje aan de zijkant. Jij gaat lekker de lucht in, en ik mag mee. Maar ja, ik heb wel ‘hoogtevrees’ maar jij stelt me gerust en zegt me dat ik er niets van merk. We stappen in, jij achter het stuur en ik houd me vast aan de beugels bij het toegangsluik. Je geeft een straal gas en wij schieten met een rotgang de ruimte in. Ik schrik en schreeuw dat ik bang ben. Hou je maar vast aan de haken bij de patrijspoort en kijk maar naar buiten zeg je, dan kan je de aarde zien en de maan en misschien ook wel de zon. Het helpt, ik wordt rustiger maar als ik eens goed kijk dan zie ik buiten in het donkere heelal een hele grote voetbal zweven. Hee.. Sjanetje, ik zie een voetbal roep ik waarna ze zich met een verbaasd en verwonderd gezicht naar mij toedraait. Je bent niet wijs zegt ze, dat is de aarde…

Je hebt toch wel eens een landkaart gezien, vraagt ze. Kijk, zie je die grillige streepjes die de aardbol in allerlei aparte stukken verdeeld? Elk stuk is ingepikt, een soort van ‘landje-pik’, je vader kent het misschien nog. Vroeger deden de kinderen een spelletje waarbij ze hun zakmesje in een cirkel de grond gooiden en daarmee gebiedjes voor zichzelf afsneden. Wie het grootste stuk in kon pikken had gewonnen, ja.. echt waar. Zo is dat in de grote mensenwereld nog net zo.. in het ene stuk is er veel goud te vinden, daar trekken ze een lijntje omheen en zetten er de letter G op. In het ander stuk ernaast zit veel olie, daar zet een ander weer een lijntje omheen en de letter O op. Daarnaast zijn veel diamanten gevonden en ook daar wordt een lijntje omheen getrokken en zetten ze de letter D op. Er wonen ook mensen op die stukken aarde, maar die zijn voor die lijntjestrekkers minder belangrijk dan de spullen die in de grond zitten.

Goud, Olie en Diamanten, dat is voor de Grote Graaiers die nooit genoeg hebben veel belangrijker dan dat het goed gaat met alle mensen en er vrede is en blijft op aarde. Die graaiers hebben nooit genoeg, ze willen als het kan alles hebben, de G de O en de D, ze willen de meest machtige zijn. Ze willen het stukje van de buren in-pikken maar ja, dat gaat niet zonder slag of stoot maar daar hebben ze wat op gevonden. Het zijn niet alleen Grote Graaiers maar ook Grote Leugenaars. Ze stoken de mensen tegen elkaar op, spelen ze tegen elkaar uit, veroorzaken relletjes en als er ruzie van gekomen is zorgen zij er wel voor dat het uit de hand gaat lopen. Je kunt het een beetje vergelijken met een gemene brandweerman die benzine en olie op het vuur gooit, daardoor gaat het alleen erger branden.

Als het brandje een vuurzee geworden is, alles kapot gaat en veel mensen gewond raken en dood gaan is het voor hen nog maar een fluitje van een cent om oude streepjes weg te gummen en nieuwe te trekken, compleet met mooie contracten en verklaringen erbij dat de Grote Graaiers nu de baas geworden zijn van het G, de O en de D. De mensen die na die grote slachtpartij nog over zijn en gewond en verwonderd om zich heen kijken zien dat de streepjes weggewist, hun bezit weggegrist en het leven van hun familie, vrienden en bekenden is verkwist en uitgewist. Maar och.. het leven van de ‘goeien’ gaat gelukkig door en hebben de ‘slechten’ hun leven verloren… maar dat is niet anders, dat is al eeuwen zo. De liegende Grote Graaiers doen iedere keer hetzelfde spelletje, ze zijn helemaal niet zo slim hoor, maar wij, mensen geloven zo graag alles ..

Met grote ogen kijk ik haar aan en daarna door de patrijspoort weer naar buiten, naar de voetbal die aarde heet, in het Raketje van Sjanetje.

De Jongens van Monique Pol

Glimlachend zit ze in het prille voorjaarszonnetje en vertelt met passie haar verhaal, Monique Pol. Haar verhaal is indrukwekkend en inspirerend tegelijk en haar maatschappelijke betrokkenheid is ongekend. Wie is deze 51-jarige (en van oorsprong uit Vlaardingen) afkomstige vrouw met het ruime hart? Wat beweegt haar om te doen wat ze doet voor de mensen die zonder haar inzet de weg kwijt zijn in regelgeving en bureaucratie?

Monique is de oprichter en eigenaar van de in ’t Oldambt gelegen Zorgboerderij de Vossenburght, waar mensen opgevangen worden die door een verstandelijke beperking of psychiatrische aandoening niet (meer) voor zichzelf kunnen zorgen. Ook jeugd met een rugzak neemt ze onder haar hoede en biedt hen een veilige thuisplek. Gaandeweg het gesprek komt vaag de vergelijking boven met Moeder Theresa, een vrouw met een gouden hart, een mens van het soort en kaliber waarvan we juist NU (en niet alleen in ’t Oldambt) een nijpend gebrek hebben.

Zeventien jaar terug trok ze naar het Noorden en streek neer in het Groningse Meeden om daar haar ding te doen, te doen wat naar haar oordeel beter moest en naar eigen ervaring beter kon. Ze was haar carrière in de zorg in het West-Nederland gestart in een instelling waar zwaar gedragsgestoorde mensen ondergebracht werden.

“Achttien jaar heb ik op de groep gestaan, zoals dat genoemd wordt, met z’n tweeën probeerden we dertien mensen – in hoofdzaak mannen – te verzorgen, aangevuld met twee rolstoelafhankelijken die door hun indicatie wel extra geld in het laatje brachten maar daar absoluut niet op hun plaats waren” zegt ze, “zwaar en inspannend werk, maar tegelijk absoluut onwerkbaar. Mijn Jongens kregen door regelgeving en starre bureaucratie niet wat hen ten goede kwam. Onvoldoende gekwalificeerd personeel dat zich veel te vaak koffiedrinkend en rokend afzijdig hield en de Jongens met extra medicatie rustig en beheersbaar hield.

Ik heb toen de stoute schoenen aangetrokken en het in overleg met de directie zo kunnen arrangeren dat ik vier Jongens mee mocht nemen in m’n eigen auto. Ik nam ze mee naar buiten om op eigen tempo en regie aan het werk te gaan bij de boer, zand scheppen, tuintjes verzorgen bij buurtgenoten en dat met een verbluffend resultaat. De agressie op de groep nam af, ze werden weer meer mens. Na twee maanden was het verhaal echter over, de directie trok haar steun in en draaide de geldkraan dicht. DAT was voor mij het moment om mijn ontslag in te dienen en heb ik huis en haard verkocht om in Groningen mijn hart te volgen. In Meeden heb ik de eerste stap gezet en nu – alweer zeventien jaar verder – vang ik samen met 21 gespecialiseerde en gekwalificeerde mensen – op vijf locaties meer dan 30 Jongens op.”

Waar zij – en vooral ook ‘haar Jongens’ – toerloos tegenaan lopen is de enorm tekortschietende hulpverlening en benoemd daarbij een recent geval dat volledig uit de hand dreigde te lopen.

“Het ging hier om een jonge man waarvan de toegewezen mentor (en wettelijk eindverantwoordelijke) volledig overvraagd was. Een mentor die slecht werk geleverd heeft, haar verantwoordelijkheid niet en nooit genomen heeft en compleet verstek liet gaan. De jongen was vanuit het Westen deze kant opgekomen om een nieuwe start te maken en was bekend in de psychiatrie en met de reclassering. Hij kwam direct al verkeerd terecht als onderhuurder in een kamer in het centrum van de stad via een malafide verhuurder. Hij kreeg te maken met bedreiging en fysiek geweld maar vond gelukkig in de persoon van de hoofdhuurster een warme arm die haar hart openstelde. Zij stond hem in januari toe voorlopig te blijven zodat hij niet op straat belandde nadat de persoon waarvan hij het onderhuurde contractueel uit zicht verdween. Zijn bewindvoerder was tot dan toe totaal buiten zicht en kan nooit op de hoogte geweest zijn van de werkelijke woon en leefsituatie waarin deze jongen verkeerde, zo wel, dan heeft zij daarmee aangetoond compleet ongeschikt te zijn voor dit werk.

De bovenetage waarin zijn kamer zich bevond bleek bij inspectie begin januari veel overeenkomsten te hebben met een vuilnisdump en open toilet. Met vijf sterke mannen zijn in totaal vier volle bestelwagens met vuil, afval en menselijke uitwerpselen weggevoerd, kamer na kamer leeggemaakt, terwijl de jongen tijdelijk op adem kwam bij mij op de Vossenburght. Zijn rechtsvertegenwoordiger, zijn bewindvoerster blonk uit door afwezigheid en onbereikbaarheid, maar dat lijkt een beroepsziekte te zijn in deze tak-van-zorg. Dat ze heeft toegestaan dat hij in deze mensonterende omstandigheden mocht wonen, dat ze maandelijks braaf de huur overmaakte om deze gevaarlijke situatie in stand te houden, onvoorstelbaar!

Ik weet van de ontstelde hoofdhuurster dat zij op basis van medemenselijkheid de jongen wilde helpen en hem een volledig ingerichte kamer heeft aangeboden nadat ze dit telefonisch besproken had met de bewindvoerster. Daarnaast heeft ze alle kamers op de bovenetage’s laten strippen en alles op eigen kosten gerepareerd en vervangen zodat de jongen weer kon beschikken over een functionerend toilet, bad en keuken. Wat zij niet kon weten was zijn voorgeschiedenis en toen hij begin maart in een psychose raakte, zich opsloot en een gevaar voor zichzelf en anderen was en werd, raakte ze overvraagd.

Opnieuw liet de bewindvoerster verstek gaan en gelukkig hadden wij onderling al contact en stond ik daar die zondagochtend, samen met twee agenten van dienst die helaas niets konden uitrichten. Ik heb gedaan wat ik kon en in het belang van deze jongen heb ik hem bij mij opgenomen in de zorgboerderij. De bewindvoerster, dat moet gezegd, heeft nadien alle medewerking hierbij toegezegd maar het had heel anders af kunnen lopen. Maar weet je.. het is voor mij (en mijn medewerkers) geen opgave, het is een roeping, wij doen het met hart en ziel.

Gelukkig heb ik te maken met verantwoordelijke bestuurders in de Gemeente Oldambt, positief ingestelde en behulpzame ambtenaren waar korte lijntjes mee bestaan en die daadwerkelijk interesse tonen en waar ik graag goede zaken mee doe. De indicatiestellers, de beslissende mensen zeg maar, zijn al verschillende keren hier op bezoek geweest om te kijken wat, en te zien hoe we het doen. We doen het graag en met hart en ziel en als het aan ons zou liggen namen we morgen het leegstaande Lentisgebouw aan de Stikkerlaan over, dat is mijn droom en we hebben daarover al gesprekken gevoerd. Ik blijf mijn best doen voor mijn Jongens om hen een menswaardig dagelijks bestaan te bieden.”

Simon Bel.. die deed goed-en-wel!

“Kiek, hier, dat was toun” klinkt het enthousiast en terwijl hij dat zegt tovert Simon een belegen krantenknipsel uit een van de vele plakboeken die voor ons op de kamertafel liggen.

Foto’s, knipsels… in taal en teken opgeslagen herinneringen aan achterliggende tijden die meer dan de moeite waard zijn om aan de vergetelheid te ontrukken. Zijn ogen twinkelen als de tijd van toen voor even gaat herleven als we samen voor de kerstboom aan de Kovvie mit Kniepertjes zitten. Simon Bel, wie kent hem niet? DE Winschoter bloemenman, een zeldzame roos in de regio, een met een gouden hart. Ik zie hem nog zo staan naast lectuurhal Timmermans, voor de oude ING-bank, bij de bloemenstal van Bel DAAR vond je het altijd wel!

Krap aan 75-jaar terug stond zijn wieg in Grunnen-Stad waar hij als tiener verslingerd raakte aan de bloemen. Eerst samen met vaderlief om al snel zelf zijn handel uit te venten op de Groninger Vismarkt en zodra hij zijn rijbewijs op zak had met een oude vw-bus naar de markt in Assen en Winschoten. In het Oost-Groninger koopmansstadje schoot hij wortel om eerst met de geleende bakfiets van Hennie Wal zijn bloemen aan de vrouw te venten. Het was de tijd van de tot bossen opgebonden Franse Mimosa, de gastvrije tijden van toen, van Vrouw Schreuder met snert aan de keukentafel en roggebrood met spek.

Simon Bel, 48-jaar lang was hij actief in de bloemen, maar hij was meer, hij betekende voor heel veel Oldambtsters meer dan dat. Naast het (mee)organiseren van de succesvolle Winschoter Rozendagen had de maatschappelijk betrokken en bewogen Simon een zwak voor de geestelijk gehandicapte medemens. De Meentschool en Simon Bel waren dan ook nauw met elkaar verweven, nooit werd er tevergeefs een beroep op hem gedaan. Zo heeft Simon – samen met zijn vrouw Klaasje – jarenlang voor de kinderen van de Meentschool veel kunnen betekenen, niet alleen het verzorgen van uitstapjes maar ook materieel en emotioneel.

Het door hem geïnitieerde optreden van de Josti-Band in de Rozenstad kan denkelijk wel als het ultieme meesterstuk beschouwd worden. Op 15 februari 1994 was het zover dat hij het 100-koppige huisorkest van het tehuis voor geestelijk gehandicapten “Hooge Burgh” uit Zwammerdam als gastheer mocht ontvangen in de Winschoter Klinker. Totaal drie keer heeft hij dit kunststuk – samen met stevige ondersteuning van onder andere Wiebe Klijnstra en René Otterloo – meesterlijk kunnen realiseren en kwam de opbrengst altijd ten goede aan de gehandicapte Oldambtsters.

Het leverde hem veel voldoening, maar vooral veel waardevolle herinneringen op die ik met hem, samen bij de kerstboom mocht optekenen, dat alles onder goedkeurend oog van Klaasje, met door haar gepresenteerde verse kniepertjes en vers gezette koffie-van-Klaasje (… zunder suuker, dat heb ik zulf aal meer din genog).

Professor dr. Connie…

Buiten haar eigen vakgebied(en) is ze onder het gros van de Lagelanders nagenoeg onbekend, Prof. Dr. Connie R. Jimenez.

Ze is Hoogleraar en schrijft geen columns in dag- en weekbladen, geen pulp- of horrorverhalen, heeft ook geen journalistieke vooropleiding en theaterwetenschap is aan haar niet besteed. Ze heeft nooit een letter uit haar pen geklodderd voor LINDA, Viva, Marie Claire, TopSanté, of Ouders van Nu en niet in VT-wonen of in de Playboy, niks van dat alles.

Dr. Connie heeft andere kwaliteiten en specialiteiten zo is zij oprichter en hoofd van het Onco Proteomics Laboratory sinds 2006 en hoogleraar Translational OncoProteomics aan de afdeling Medische Oncologie van het VU Medisch Centrum in Amsterdam. Daarnaast is deze wetenschapper ook nog eens Professor Neuroscience – Neurodegeneration, Professor Imaging and biomarkers en Professor Cancer biology and immunology en dat allemaal aan de Vumc.

Wat zij te vertellen heeft en dat op 3 november 2021 ook in Rotterdam liet weten stuit veel goedwillende en goedgelovige Polderlanders finaal tegen de borst. Haar weten, kennis, kunde en oordeelkundige visie strookt niet met de politiek correcte mantra van de de Snuifkliek in Den Haag. Het Rijksministerie van Propaganda moet officieel nog bekrachtigd worden maar dat doet niets af aan de effectiviteit van de Angstporno die nu constant mediaal wordt rondgetoetert.

Dr. Connie heeft gerede twijfel over de veiligheid van de op DNA en RNA gebaseerde coronavaccins, en zij staat daarin niet alleen, met haar delen vele andere kundige medische wetenschappers deze menig. Zij wil het goedje in elk geval niet in haar aders gespoten hebben. “Gevaccineerden kunnen nog steeds besmet raken en de ziekte doorgeven. Groepsimmuniteit met deze vaccins is niet mogelijk en het coronapaspoort is slechts een schijnveiligheid. Strikt genomen is het QR-paspoort het begin van een social-credit controlesysteem, dat niet thuis hoort in een democratie. Ik doe niet mee aan de QR-code samenleving en kan gewoon niet meedoen aan een systeem dat leidt tot vaccinatiedwang en discriminatie”.

Hartchirurg, Prof. Dr. Jan Grandjean, Hoogleraar aan de Universiteit in Twente, internationaal bekend om zijn operaties op een kloppend hart had in 2020 grote kritiek geuit op het beleid van de Snuivende kliek in Den Haag. Grandjean – die in 2021 afzwaaide en met pensioen ging – ging nog een stapje verder dan Dr. Connie, hij noemt de overheidsaanpak niet anders dan geregisseerde mindcontrol. Tot zover twee medisch specialisten die niet breeduit in de landelijke media uitgestraald en gedeeld worden, niet in de LINDA, Viva, Marie Claire, TopSanté, of Ouders van Nu, niet in VT-wonen, de Playboy of het AD.

Dat… is weggelegd voor de populaire Lagelandse Thrillertruus en columniste Saskia Noort, die krabbelt op 6 november 2021 als DES-kundige met gladde pen in het AD dat de Goegemeente “zoveel mogelijk thuis moet gaan werken, een mondkapje dragen en vooral moet laten vaccineren. Twee prikjes en je bent van zo veel gezeik af.”

Ze heeft een hele kudde lezers en ook haar schrijfsels worden grif geconsumeerd, en toegegeven ze heeft een vaardige pen. Ze doet me een beetje denken aan kundige kletsers uit het verleden, bijvoorbeeld Tokyo Rose, Max Blokzijl maar meer nog aan Cynthia Asquith. Net als Noort was zij een begiftigde Thrillertruus en columniste.

Cynthia schreef horrorverhalen op uit eerste hand en putte als schoondochter van de toenmalige Engelse premier Asquith direct uit vers bloedende bron. Dood en verdoemenis als entertainment en literatuur, gruwelstories, voorgeleefd en beleefd door miljoenen mannen die vernietigt werden in de moordende maalstroom van de Eerste Wereldoorlog.

Zij tekende op 16 juni 1915 bijvoorbeeld de smerige zeepleugen op in haar dagboek, een propagandaverhaal dat later die oorlog en in de opvolgende tweede helft breeduit gemeten werd, het verhaal van de mensenzeep die niet alleen doodsangst maar vooral ook de haat deed oplaaien, haat tegen de anderen met dood en vernietiging als belangrijk en bewust gewenst gevolg.

Het zal u natuurlijk allemaal worst zijn, elk heeft zo zijn eigen gelijk, waar bemoei ik me eigenlijk mee? Elk weet zeker dat hij met zijn keuze goed zit en verkeren we ondertussen in een steeds verder verknipte en verder ontregelde samenleving, en ‘dat allemaal door de schuld van die ander’.

Ik hou mij al 3 x 18 jaar bezig met oorlogen, hoe ze ontstaan, de leugens en de vele waarheden, onvoorstelbaar zoveel ik heb gevonden. De leugen regeert, dat is zeker en het zijn vooral de overheden die liegen als een ooggetuige, misleiders in optimaforma zoals de Snuivende Haagse Kliek.

Mijn advies – ook al wilt u die niet horen of lezen – maar u mag er (nog) steeds mee doen wat u wilt, die vrijheid heeft u nog – Buckle Up, zet u schrap, er staat iets groots te gebeuren! Voor mij geen raad of advies van een Thrillertruus en columniste, mijn koers en keuze bepaal ik – overigens als mens met een bewezen goed werkend immuunsysteem – op basis van kundige en moedige mensen zoals Prof. Dr. Jan en Professor dr. Connie…

Pokken en vaccinaties, het echte verhaal

Besmettelijke, Coronavirus, Dodelijke Griep, Diagnose

Het valt vaak niet mee mensen te overtuigen van het gevaar van nieuwe vaccinaties, zoals de prik tegen baarmoederhalskanker of de aanstaande prik tegen de gevreesde Mexicaanse Griep.

7 AUGUSTUS, 2009 – Tegenbericht.wordpress.com

Op school hebben we immers geleerd dat het aan vaccins te danken is dat een scala aan gevaarlijke infectieziekten tegenwoordig is uitgeroeid of bijna uitgeroeid, dus in basis is vaccineren een goed idee, denken we. Daarom hieronder een stukje geschiedenis over pokken, een ziekte waarvan de gemiddelde Nederlander zeker denkt te weten dat het dankzij vaccinaties is dat we er tegenwoordig geen last meer van hebben. De werkelijkheid is heel anders, maar oordeelt u zelf.

Het onderstaande is een vertaling van het tweede artikel op deze pagina, en is oorspronkelijk ontleend aan het boek Vaccination: The “Hidden” Factsdoor Ian Sinclair.

Hoewel in Engeland in 1852 de verplichte inenting tegen pokken geïntroduceerd werd doodde in de periode 1857 tot 1859 een pokkenepidemie 14.244 mensen. In 1863 tot 1865 eiste een tweede epidemie het leven van 20.059 mensen. In 1867 werd de wetgeving op het gebied van de verplichte inenting verscherpt waarbij mensen die weigerden zichzelf of hun kinderen te laten vaccineren werden vervolgd.

Na vier jaren van intensieve inspanning om iedereen tussen de 2 en 50 jaar oud te vaccineren kondigde de Chief Medical Officer van Engeland in mei 1871 aan dat 97.5 procent was ingeënt. In het volgend jaar, 1872, werd Engeland getroffen door de ergste pokkenepidemie ooit, wat resulteerde in 44.840 dodelijke slachtoffers. Tussen 1871 en 1880, tijdens de periode van verplichte vaccinatie, sprong het sterftecijfer van pokken van 28 naar 46 per 100.000 inwoners.

In het British Medical Journal (Januari 21, 1928 p.116) zette Dr. L. Parry zijn vraagtekens bij de inentings statistieken die een hoger sterftecijfer lieten zien onder gevaccineerde mensen dan onder het niet ingeënte deel van de bevolking:

„Hoe kan het dat bij pokken de kans op dodelijke afloop bij gevaccineerde mensen vijf maal hoger is dan bij mensen die niet gevaccineerd zijn? Hoe het dat in sommige van onze meest gevaccineerde steden — bijvoorbeeld, Bombay en Calcutta — de pokken vaak voorkomen, terwijl in sommige van onze slechtst gevaccineerde steden, zoals Leicester, pokken bijna niet voorkomt? Hoe kan het dat ongeveer 80 percent van de ziektegevallen in de Metropolitan Asylums Board pokkenziekenhuizen gevaccineerde personen betreft, terwijl slechts 20 procent van de patiënten niet is gevaccineerd?“

„Hoe kan het dat Duitsland — het best-gevaccineerde land ter wereld — meer sterfgevallen heeft in verhouding tot de bevolking dan Engeland? Bijvoorbeeld in 1919 waren er 28 sterfgevallen in Engeland en 707 (op 5012 zieken) in Duitsland. In 1920 waren er 30 sterfgevallen in Engeland, tegen 354 in Duitsland, en in 1925 had Engeland 5.363 gevallen van pokken, waarvan 6 met dodelijke afloop. Wat is de de verklaring?“

In Schotland stierven tussen 1855 en 1875 meer dan 9.000 kinderen onder de 5 jaar aan pokken ondanks het feit dat Schotland op dat ogenblik één van de best gevaccineerde landen ter wereld was. Tussen 1907 en 1919, een periode waarin slechts 1 op de 3 kinderen gevaccineerd was, werden in de leeftijdsgroep tot 5 jaar slechts 7 dodelijke pokkengevallen geregistreerd.

In Duitsland hadden in jaren 1870-1871 meer dan 1.000.000 mensen pokken, waarvan er 120.000 stierven. Hiervan was 96 procent ingeënt. Bismarck, de Kanselier van Duitsland, schreef aan de overheden van de diverse Duitse deelstaten dat „de hoop in de doeltreffendheid van het koepokkenvirus als preventie tegen de mensenpokken volledig bedrieglijk is gebleken”.

In de Filippijnen, voorafgaand aan de overname door de V.S. in 1905, was de mortaliteit van pokken ongeveer 10%. In 1905, nadat gestart was met de systematische vaccinatie van de bevolking, afgedwongen door de Amerikaanse overheid, was er een epidemie waarvan de mortaliteit in verschillende delen van de eilandengroep tussen de 25% en 50% lag. In 1918-1919, toen meer dan 95 procent van de bevolking voor pokken was ingeënt, overleed 65 procent van de zieken in de hevigste epidemie in de geschiedenis van de Filippijnen.

In de hoofdstad Manilla, waar de vaccinatiegraad het hoogst was, was ook de mortaliteit het hoogst. In Mindanao, de plaats waar de vaccinatiegraad vanwege godsdienstige redenen het laagste was, was het percentage sterftegevallen het laagst. Dr. V. de Jesus, Director of Health, verklaarde dat de de pokkenepidemie van 1918-1919 in 60.855 sterfgevallen geresulteerd had. Het Report of the Philippines Health Service uit 1920 bevat de volgende aanklacht tegen de inentingscampagne:

„Vanaf de tijd waarin pokken in Manilla bijna was uitgeroeid tot aan het jaar 1918 (ongeveer 9 jaar) waarin de epidemie verscheen – ongetwijfeld in één van zijn hevigste vormen – zijn jaarlijks vele honderdduizenden mensen ingeënt. Het resultaat is hoogst onfortuinlijk en toont, op het eerste gezicht, het falen van klassieke immunisatie als remedie tegen toekomstige epidemiën.”

In Japan in 1885, 13 jaar nadat men daar begonnen was met verplichte pokkenvaccinaties, werd een wet aangenomen die elke zeven jaar een hervaccinatie vereiste. Tussen 1886 tot 1892 werden 25.474.370 hervaccinaties geregistreerd in Japan, maar toch werden tijdens deze zelfde periode 156.175 gevallen van pokken geteld, met 38.979 sterfgevallen, ofwel een mortaliteit van bijna 25 procent. In 1896 nam het Japanse parlement een nieuwe wet aan waarmee de frequentie van hervaccinatie werd opgevoerd naar eenmaal per vijf jaar.

Tussen 1889 en 1908 waren er 171.611 pokkengevallen waarvan 47.919 met dodelijke afloop. Dit komt overeen met een mortaliteit van 30 procent, wat het pokkensterftecijfer uit de periode dat nog niemand werd ingeënt overschrijdt. Het is opmerkelijk dat in diezelfde periode Australië – één van de minst tegen pokken gevaccineerde landen ter wereld – in 15 jaar tijd slechts 3 pokkengevallen had, terwijl dit er in Japan –ondanks vaccinaties en hervaccinaties- in een periode van slechts 6 jaar 165.775 waren, met 28.979 sterfgevallen.

In het artikel “Vaccinatie in Italië” in het New York Medical Journal van juli 1899, schreef Charles Rauta, Professor of Hygiene and Material Medical van de Universiteit van Perguia:

„Italië is één van de best gevaccineerde landen ter wereld, misschien zelfs wel het allerbest. Al sinds 1865 was de vaccinatiegraad in ons land 98.5 procent, maar desondanks zijn de pokkenepidemieën die ons hebben getroffen zo angstaanjagend geweest dat niets van vóór de uitvinding van vaccinatie dit kon evenaren. In 1887 hadden wij 16.249 sterfgevallen door pokken, in 1888 waren het er 18.110, met 131.413 doden in 1889.“

“Vaccinatie is een monstruositeit, voortgekomen uit fouten en onwetendheid. Het zou geen plaats moeten hebben in hygiëne of in de geneeskunde. Geloof niet in inenting, het is een wereldwijd waanidee, een onwetenschappelijke praktijk, een fataal bijgeloof resulterend in tranen en grenzeloos verdriet.“

De arts en voormalig in-enter J.W. Hodge schreef in zijn boek, The Vaccination Superstition:

„Na een zorgvuldige overweging van de geschiedenis van vaccinatie, ontleend aan een onpartijdige en uitvoerige studie van essentiële statistieken en relevante gegevens vanuit elke betrouwbare bron, en na een ervaring die voortkomt uit het inenten van 31.000 mensen, ben ik er stellig van overtuigd dat vaccinatie geen enkele zichtbare relatie heeft met de vermindering van het aantal gevallen van pokken.“ “Vaccinatie beschermt niet, in werkelijkheid maakt het mensen juist vatbaarder door de algemene vitaliteit en de natuurlijke weerstand te verminderen, en miljoenen mensen zijn gestorven aan pokken die zij opliepen na te zijn ingeënt.“

In de V.S. sprak Dr. William Howard Hay op 25 Juni, 1937, de Medical Freedom Society toe betreffende het afschaffen van verplichte inentingen. Hij verklaarde:

„Ik heb vaak gedacht dat van alle krankzinnige dingen die wij in geneeskunde hebben bepleit, het aandringen op vaccinatie van kinderen –en volwassenen- een van de meest krankzinnige is, want feitelijk hebben we nooit kunnen bewijzen dat vaccinatie ook maar één mens van de pokken heeft weten te redden.”

„Ik weet van één pokkenepidemie waarbij iets meer dan 900 mensen ziek werden, waarbij 95 procent van de patiënten gevaccineerd was, de meesten recent.” „Het is nu dertig jaar dat ik bezig ben met de behandeling van chronische ziektes. Ik ben zoveel gevallen tegengekomen van kinderen die tot op de dag van hun vaccinatie nooit een dag ziek waren geweest, en sinds hun vaccinatie nooit meer een dag gezond geweest zijn.”

„In Engeland, waar de statistieken wat meer openbaar en accuraat zijn dan in dit land (Amerika), tonen de officiële cijfers over de afgelopen 21 jaar drie keer meer sterfgevallen als direct gevolg van vaccinaties dan als gevolg van pokken. Ik garandeer dat het aantal ongeregistreerde gevallen nog een factor drie hoger ligt. Daarnaast zijn er nog vele gevallen van hersenontsteking of slaapziekte, en van uiteenlopende vormen van degeneratie die als resultaat van inenting voorkomen.” „Het is onzin om te denken dat u pus kunt inspuiten — gewoonlijk is het pus van een dood pokkenslachtoffer — het is ondenkbaar dat u dat kunt inspuiten in een klein kind en dat u daarmee zijn gezondheid verbetert. Ik zou het fanatiek toejuichen als we met kunstmatige middelen de natuurlijke weerstand zouden konden opbouwen, maar dat kunnen we niet, niet met vaccinaties en niet met andere vormen van zogenaamde serum-immunisering.”

“Het lichaam heeft zijn eigen verdedigingsmechanismes. Deze hangen af van de algemene vitaliteit. Een vitaal lichaam zal alle infecties overwinnen, een minder gezond lichaam lukt dat niet. De vitaliteit van een lichaam valt niet te verbeteren door vergif van wat voor soort dan ook in het lichaam te injecteren.“

Volgens de officiële Engelse cijfers stierven in Engeland en Wales, tussen 1910 en 1933, slechts 109 kinderen onder de 5 jaar aan pokken. In dezelfde periode stierven er 270 als gevolg van vaccinaties. Tussen 1934 en 1961 werd niet één dodelijk pokkenslachtoffer geregistreerd, en toch stierven tijdens deze periode 115 kinderen onder de 5 jaar als gevolg van de pokkeninenting. Dit dwong uiteindelijk de overheid om de Vaccination Act voor pokken te herroepen.

De situatie in de V.S. was niet anders. Een artikel in de juli 1969 editie van Prevention Magazine berichtte dat sinds 1948 300 kinderen in de V.S. aan de complicaties van het pokkenvaccin waren gestorven. In dezelfde periode was er in Amerika niet één melding van pokken geweest. In oktober 1971 zei Dr. Samuel Katz van het Medisch Centrum van de Duke University in een lezing voor de jaarlijkse vergadering van de American Academy of Pediatrics, dat elk jaar gemiddeld zes tot negen individuen overlijden als gevolg van pokkeninentingen. Uiteindelijk besloten de autoriteiten met het vaccineren tegen pokken te stoppen. Dr. Archie Kalokerinos uit Australië zei hier over:

„Ongeveer 10 tot 15 jaar geleden gaven sommige van mijn collega’s in de Verenigde Staten me wat zeer interessante informatie. Zij vertelden dat het vaccineren tegen pokken was gestopt, niet omdat de ziekte was uitgeroeid, maar omdat zij problemen hadden met het vaccin. Gevaccineerde individuen bleken actief pokkenvirus door te geven aan mensen waarmee ze in contact kwamen. Het was onbeheerst en daarom zijn ze ermee gestopt.”

Dit is waarschijnlijk de reden dat Professor Ari Zuckerman, een lid van het virus-adviespanel van de Wereldgezondheidsorganisatie, heeft verklaard ”Immunisering tegen pokken is gevaarlijker dan de ziekte zelf.“

Zelfs het British Medical Journal (1/5/1976) verklaarde: “Men weet nu dat de risico’s van routinematige pokkenvaccinaties in Groot-Brittannië groter zijn dan de risico’s van een natuurlijke besmetting”

Bron: http://tegenbericht.wordpress.com/2009/08/

Hé…, Doe! Komst ook op Adrillen?

Hoe het Groninger (Adrillen) beeldmerk Popko ontstond

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) bezat Engeland een klein beroepsleger en kende het géén dienstplicht. Op voorstel van generaal Horatio Kitchener, de Engelse minister van oorlog, werd tot de oprichting van een vrijwilligersleger besloten.

Illustrator Alfred Leete die opdracht gekregen had om hiervoor een wervende afbeelding te maken koos ervoor Kitchener zélf te portretteren. De flink besnorde Kitchener werd ernstig kijkend afgebeeld met een uitgestrekte rechterarm, in witte handschoen gestoken hand en priemende wijsvinger met daaronder de tekst [Kitchener] ‘Your County Needs You’. De afbeelding verscheen voor het eerst op de omslag van het Londense weekblad Opinion in september 1914.

De afbeelding was zo sprekend dat besloten werd de afbeelding in postervorm uit te brengen, dit keer met de tekst [Kitchener] ‘Wants You’ – ‘Join Your Country’s Army’ met daaronder de toevoeging ‘God save the King’. Het resultaat was overweldigend, in de opvolgende twee jaren melden zich 2.000.000 rekruten aan. De zeggingskracht van de afbeelding was zó sprekend en de propagandistische waarde bleek zo sterk dat alle oorlogspartijen ze vanaf dat moment in allerlei variaties en uitvoeringen inzetten in hun oorlogsmarketing.

In januari 1916 zag een andere propagandaposter het levenslicht. Op de voorgrond de personificatie van Engels nationalisme John Bull, met zijn linkerhand leunend op een wandelstok met de tekst ‘Who’s absent? Is it You?’ Ook hier een ernstige blik in de ogen, de dwingende vraagstelling en priemende rechter wijsvinger. De naam van tekenaar van deze afbeelding is helaas in vergetelheid geraakt.

Het zou niet lang duren voordat ook Amerika haar pointed finger poster kreeg. Terwijl Amerika zich warm liep om zich in de strijd te werpen verscheen op de omslag van Leslie’s Illustrated Weekly Newspaper op 16 juli 1916 de door illustrator James Montgomery Flagg getekende afbeelding. Flagg stond persoonlijk model voor de afbeelding die Uncle Sam uitbeeldde en de lezers de vraag stelde “What Are You Doing for Preparedness?” Ook hier weer de ernstige blik in de ogen, de dwingende vraagstelling en priemende rechter wijsvinger.

Om de boodschap te versterken en het nationalisme te vergroten had Flagg op instigatie van het ‘Committee on Public Information’ (CPI) de nationale Amerikaanse kleuren (wit, blauw en rood) verwerkt. Nadat Amerika zich op 6 april 1917 in deze oorlog stortte kreeg Flagg opdracht van het COPP (Committee of Pictorial Publicity, onderdeel van het CPI) de poster opnieuw vorm te geven. Met de tekst ‘I Want You For U.S. Army’ werd deze poster in een miljoenenoplage geproduceerd en zette ze evenzoveel Amerikanen er toe aan zich als oorlogsvrijwilliger te melden.

Om de enorme kosten van oorlogsdeelname te financieren startte het Amerikaanse ministerie van financiën (Treasury Department) de uitgave van oorlogsaandelen. In nauwe samenwerking met het ‘Committee on Public Information’ werd een sterk nationalistische Liberty Bond campagne ontwikkeld waarvoor illustrator Charles Raymond Macauley een ontwerp maakte. Macauley plaatste het Vrijheidsbeeld centraal op de poster die in 1917 het levenslicht zag. Ook hier weer de ernstige blik in de ogen, de dwingende vraagstelling ‘You Buy a Liberty Bond Lest I Perish’ en priemende rechter wijsvinger.

Om de Amerikanen te stimuleren toch vooral deel te nemen aan de mensenslachting en de nationale eer te verdedigen tekende de illustrator Schneck in 1917 Uncle Sam naast het levenloze lichaam van een jonge, Amerikaanse en uiteraard weerloze vrouw. Met de tekst ‘It’s Up To You – Protect the Nation’s Honor’ werden de Amerikanen propagandistisch gebombardeerd. Ook hier weer de ernstige blik in de ogen, de dwingende vraagstelling en priemende rechter wijsvinger.

In 1917 zorgde de oorlogsmarketing ervoor dat Italië haar eigen pointed finger poster kreeg. In variatie op het thema creëerde illustrator Luciano Mauzan een poster met een noeste soldaat en daarop een wervende tekst .Ook hier weer de ernstige blik in de ogen en de dwingende vraagstelling toch vooral de strijd te steunen maar nu met een priemende linker wijsvinger terwijl in de rechterhand een geweer vastgehouden werd.

Een andere poster (met ook hier weer die ernstige blik in de ogen en de dwingende vraagstelling én met een priemende linker wijsvinger) is bekend in twee verschillende varianten, één met een Franse tekst ‘Souscrivez à L ‘Emprunt de la ‘Victoire’ en één in het Engels ‘Buy Your Victory Bonds’. De tekenaar is onbekend gebleven en het jaar van uitgifte zal denkelijk rond 1917 geweest zijn.

Het Zion Mule Corps dat bestond uit Joods-Engelse oorlogsvrijwilligers werd in augustus 1917 omgevormd in het Jewish Legion. Een onbekend gebleven tekenaar creëerde hiervoor een pointed finger poster waarop de dochter van zion (model staand voor het joodse volk) werd afgebeeld. Vooruit leunend uit de magen david en uitgevoerd in de nationale kleur (blauw) stond Zion’s dochter afgebeeld met een ernstige blik in de ogen, priemende rechter wijsvinger en de tekst ‘Ik wil jouw Oud Nieuw Land! Meld je aan bij het Joodse regiment’.

De wapenstilstand in 1918 en de Vrede van Versailles in 1919 betekenden allerminst een einde van de oorlogshandelingen. Het verslagen Duitsland ging gebukt onder een communistische revolutie en ook in Oost-Europa ging de strijd onverminderd voort. Daar vochten de Witten tegen de Roden en beiden maakten ze gebruik van de pointed finger poster.

Om het communistische spook het hoofd te bieden zette de Duitse Reichswehr in 1919 de beproefde en effectieve propaganda-uiting in. Illustrator Julius Ussy Engelhard tekende voor deze poster waarop hij een met staalhelm voorziene Duitse soldaat afbeeldde met de tekst ‘Auch Du sollst beitreten zur Reichswehr’. Ook hier weer de ernstige blik in de ogen, de dwingende vraagstelling en priemende rechter wijsvinger.

Met de Italiaanse poster tot voorbeeld tekende een onbekend gebleven Russische illustrator in 1919 een kwalitatief iets mindere afbeelding. Ook hier een soldaat, een ernstige blik in de ogen, de dwingende oproep zich als rekruut te melden bij de Witten, een priemende linker wijsvinger en in de rechterhand een geweer.

In 1920 was het illustrator Dimitri Moor die voor de Roden de ‘pointed finger’ poster tekende. Ook hij nam een soldaat als motief met een ernstige blik in de ogen, de dwingende oproep zich als rekruut te melden bij de Roden, een priemende rechter wijsvinger terwijl een vlaggenstok in de linkerhand gehouden werd..

In opdracht en idee van B. van Vondel tekende de Onstwedder illustrator en kunstenaar Geert Schreuder in het voorjaar van 1993 het boertje Popko. Van Vondel was de bedenker en opdrachtgever van het in pointed finger pose afbeelden van boertje Popko, Schreuder was de illustrator die het idee in tekening uitwerkte. Het gezamenlijke auteursrecht berust wettelijk bij Van Vondel die naast de bedenker van de slogan “Hé…, Doe! Komst ook op Adrillen?” tevens de opdrachtgever van de poster was.

Volgens opdracht werd het boertje door Schreuder voorzien van platte boerenpet, halszakdoek, kiel, broek & klompen, ernstige blik in de ogen en een priemende linker wijsvinger. Met de begeleidende tekst “HE DOE!” er daaronder “Hest al koarten in dien aigen toal kocht?” + n.a.w. gegevens van de uitgeverij van Van Vondel stond Popko voor het eerst op een poster. (Al eerder was Popko in naam verschenen op eerder door Van Vondel uitgebrachte tekst-postkaarten waarin de naam Popko uitgespaard was in een zwarte achtergrond, tekst: “knap hom der veur Popko!”)

De promotieposter bleek bij zowel de winkeliers als het kaartkopende publiek zó gewild dat er meerdere keren bijgedrukt moest worden om aan de vraag te voldoen. In de praktijk bleek dat liefhebbers de poster net onder de afbeelding afknipten en zó gebruikten. In reactie daarop werd de productie van een uitnodigingskaart voorbereidt waarop Popko afgebeeld stond. De kaart werd uiteindelijk niet in productie genomen.

In de zomer van 1993 vervaardigde Schreuder in opdracht een serie tekeningen voor de Kerst- en Nieuwjaarsserie van Van Vondel waarbij ook Popko opnieuw een rol speelde. Gewapend met een twee-tandige vork kreeg hij de taak het blaadje met het laatste jaartalcijfer weg te prikken. Het was de eerste keer dat Popko met een (toen nog twee-tandige) vork werd afgebeeld.

In november 1993 leverde de Stad-Groninger illustrator Mark Hendriks in opdracht van Van Vondel meerdere illustraties waaronder een modernere uitvoering van de bestaande afbeelding van het boertje Popko, bedoeld om gebruikt te worden voor een Paaskaart in de collectie van 1994. Popko afgebeeld in blauwe kiel, rode broek en zakdoek, zwarte pet en gele klompen, keek vol verwondering naar een nest met gekleurde paaseieren terwijl hij in zijn rechterhand op verzoek van Van Vondel een drie-tandige vork vasthield. In januari 1994 werd deze kaart uitgebracht.

In november 1993 kreeg de Hendriks van Van Vondel de opdracht twee afbeeldingen te vervaardigen in de pointed finger stijl met de bedoeling deze te gebruiken als Sint Nicolaas posters en kaarten. De afbeeldingen waren bedoeld om in 1994 uitgebracht te worden met de tekst ‘Hé, Doe…! Bist ook laif west dit joar?”

Het resultaat was een afbeelding van een Sinterklaas en een Zwarte Piet, beide met een ernstige blik in de ogen en een priemende rechter wijsvinger. Als bedenker, opdrachtgever en uitgever bezat Van Vondel wettelijk gezien ook hiervan het auteursrecht, nog los van het feit dat de tekeningen zoals gebruikelijk en overeengekomen in volledig eigendom, gebruik, recht en bezit geleverd waren. De afbeeldingen werden uiteindelijk in dat jaar niet in productie genomen. De afbeelding van Sinterklaas werd in november 1996 op een kaart gebruikt en kwam onder nummer SS31 als Sinterklaaskaart in de kaartencollectie terecht. De afbeelding van Zwartepiet is ongebruikt gebleven.

In augustus 1994 kreeg Hendriks door Van Vondel de opdracht de in 1993 door Schreuder uitgevoerde pointed finger poster volgens instructies uit te werken als de Sinterklaas en Zwartepiet tekeningen en Popko daarbij de drie-tandige vork in de linkerhand te geven en net als de Sinterklaas en Zwartepiet afbeelding een wijzende rechterhand. Het resultaat was een vriendelijk, wat sullig ogend boertje met een vriendelijke blik in de ogen en een priemende rechter wijsvinger.

In september 1994 werd de afbeelding gebruikt op een uitnodigingskaart. De kleuren van de Groninger vlag (Rood, Blauw en Groen) werden prominent in het boertje verwerkt en met de tekst ‘Oetneudigd veur…’ nam de kaart onder nummer A35a zijn plaats in tussen de vele Groninger kaarten die Van Vondel uitgaf.

Tegelijk met deze kaart drukte Van Vondel een klein aantal speciale kaarten, bedoeld als promotiekaart voor de Winschoter Jaarmarkt Allerheiligen en plaatste daar de door hem in 1992 bedachte slogan boven “Hé…, Doe! Komst ook op Adrillen?” In oktober 1994 werd deze kaart onder kaartnummer D-10 uitgebracht en verschenen zowel de slogan & Popko voor het eerst samen op één kaart die via twee lokale Winschoter winkeliers ter verkoop aangeboden werd. Op verzoek werd de gemeente Winschoten onder bepalingen en tegenprestatie toegestaan Popko als beeldmerk te gebruiken voor de Winschoter Jaarmarkt.

In juni 2010 werd in opdracht van B. van Vondel door de uit Den Helder afkomstige illustrator en kunstenaar Humphrey Kreefftt het boertje nieuw vorm gegeven. In deze en alle andere mogelijke verschijningsvormen, houdingen en situaties zal het een nieuwe toekomst tegemoet gaan. In 2011 nam de gemeente Oldambt afscheid van het beeldmerk en bijpassende slogan en werd gekozen voor een ander format.

Beukenboom CO2-killer!

Woud, De Nevel, Natuur, Bomen, Mysticus, Sfeervol, Mist

Binnen 1 minuut verwerkt een volwassen beukenboom 5 kilogram Koolstofdioxide (CO2)! Dat is ongeveer zoveel als uitgestoten bij een autorit van 5 kilometer. De natuur is in totaliteit uitstekend toegerust om de CO2 uit de lucht te halen, het leeft ervan.

Ondertussen hakken milieu-idioten duizenden hectares bos om om daar ‘milieu-vriendelijke-pellets’ van te maken om zo een ‘bijdrage’ aan een groener milieu te realiseren. In Afrika doen ze het weer net andersom, daar wordt juist opgeroepen om GEEN bomen te kappen maar juist te planten onder het mom ‘just-dig-it’.

De natuurlijke verbinding mens/natuur is volledig aan het zoekraken. Voor- en achtertuinen worden volgestort met worteldoek, grind en steen waar geen levend organisme voeding in vind. Geen pluk gras, geen struik, geen herfstkleuren, geen plek of plaats voor miljoenen microben en onmisbaar microscopisch leven, geen zonnebloem.

Een volwassen zonnebloem reinigt per dag gemiddeld 100 kubieke meter lucht! 100 kubieke meter lucht = 100.000 liter. Een mens gebruikt gemiddeld 7.000 liter lucht per uur. Een zonnebloem reinigt per dag evenveel lucht van CO2 als de mens in 14 uur gebruikt!